Een groep Deense kunstenaars in Rome (1837) - Constantin Hansen

1400+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Constantin Hansen (1804-1880), Een groep Deense kunstenaars in Rome, 1837, olieverf op doek, 62 x 74 cm, Statens Museum for Kunst, Kopenhagen
Constantin Hansen (1804-1880), Een groep Deense kunstenaars in Rome, 1837, olieverf op doek, 62 x 74 cm, Statens Museum for Kunst, Kopenhagen
Kunstenaar Constantin Hansen
Land Denemarken [Scandinavië]
Stijl / Stroming / Periode neoclassicisme /
Deense Gouden Eeuw /
19e eeuw
Locatie / Museum Statens Museum for Kunst,
Kopenhagen

De Deense kunstwereld bloeide op in de eerste helft van de negentiende eeuw. Kunstenaar Christoffer Wilhelm Eckersberg studeerde in 1811 en 1812 in Parijs bij Jacques Louis David, de Franse voorman van het neoclassicisme. Eckersberg werd na terugkomst in Denemarken, na eerst nog in Rome bevriend te zijn geraakt met de Deense neoclassicistische beeldhouwer Bertel Thorvaldsen, een sleutelfiguur in de promotie van de neoclassicistische schilderstijl. Hij ging lesgeven aan de Deense academie en kreeg grote invloed. Maar in het kleine Denemarken verloor het neoclassicisme wel de grandeur van het Franse voorbeeld. Men schilderde in Denemarken op bescheiden formaat, zoals dat ook in Nederland was gebeurd tijdens de zeventiende eeuw, bekend als de Gouden Eeuw. In Denemarken ontstond nu een stijl die kenmerken bezat van het neoclassicisme, zoals de helderheid van het kleurgebruik en het getekende lineaire haast uitgeknipte karakter van de afgebeelde vormen, maar het had tegelijkertijd juist inhoudelijke eigenschappen van Duitse romantische kunst uit de Biedermeierperiode. Er bestond een voorkeur voor het gemoedelijke en kleinburgerlijke. Kunstenaars kozen lichte onderwerpen, die te maken hadden met de eigen leefomgeving, de gezelligheid van het familieleven en het alledaagse. Beoefening van het genresstuk kreeg de duidelijke voorkeur boven het historiestuk. Deze bloeiperiode in de Deense kunstgeschiedenis wordt ook wel aangeduid met de term Deense Gouden Eeuw. Al zou het alles bij elkaar nog geen vijftig jaar duren. De nieuwe stijl overheerste Denemarken. De romantiek kreeg als kunstuiting amper kansen in die periode en kende slechts weinig vertolkers. De klassieken van Rome bleven in navolging van het neoclassicisme het voorbeeld, maar niet in het hoogdravende of belerende van de onderwerpskeuze of de aankleding van figuren, die kregen het realistische karakter waar ook ooit de Hollandse meesters uit de zeventiende eeuw de voorkeur hadden gegeven.

Op dit groepsportret zien we zeven kunstenaars uit de Deense Gouden Eeuw, geportretteerd in Rome door Constantin Hansen, die zichzelf helemaal links heeft afgebeeld. Vanaf de tweede van links naar rechts zijn de anderen: Michael Gottlieb Bindesbøll (1800-1856), Martinus Rørbye (1803-1848), Wilhelm Marstrand (1810-1873), die leunt op de balkonleuning, Albert Küchler (1803-1886), met de knop van zijn stok tegen zijn kin, Ditlev Blunck (1798-1853), herkenbaar door zijn witte broek, en Jørgen Valentin Sonne (1801-1890) die helemaal rechts zit. Op Bindesbøll en Sonne na, zijn deze kunstenaars allemaal leerlingen van Eckersberg of geweest. [SK]