Sofonisba Anguissola (1532-1625)

1300+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

door: Sander Kletter

Geboren in 1532 in Cremona werd Sofonisba Anguissola vanaf haar veertiende opgeleid in het schilderen door Bernardo Campi, een locaal gerespecteerde kunstschilder van religieuze afbeeldingen en portretten. Het was niet zozeer de bedoeling van haar vader, Amilcare Anguissola, dat zij ook daadwerkelijk als kunstschilder aan de slag zou gaan. Wat hij vooral wilde was dat zij in de geest van haar tijd, de late renaissance, en in overeenstemming met haar stand, werd opgevoed. Daarom kreeg ze samen met haar zus Elena een humanistisch georiënteerde opleiding, die paste bij haar hogere afkomst. Ze werd onder meer andere op een breed gebied van cultuur, kunst en muziek. Amilcare volgde het opvoedingsadvies uit het boek Il cortegiano (1528) van Baldassare Castiglione, waarin precies stond hoe jonge vrouwen van adel moesten worden opgevoed en opgeleid.

Sofonisba Anguissola (1530–1625), Portret van Bianca Ponzoni Anguissola (De moeder van de kunstenaar), ca. 1557, olieverf op doek, 98 x 75 cm, Gemäldegalerie, Berlijn
Sofonisba Anguissola (1530–1625), Portret van Bianca Ponzoni Anguissola (De moeder van de kunstenaar), ca. 1557, olieverf op doek, 98 x 75 cm, Gemäldegalerie, Berlijn

HOFDAME, SCHILDERDOCENT & PORTRETTIST

Sofonisba Anguissola kreeg in tegenstelling tot jongens en mannen tijdens haar schilderopleiding geen modeltekenlessen. Dat hoorde niet, vond men in die tijd. Het betekende dat zij niet werd getraind in het tekenen van mensfiguren. Het gaf haar in eerste instantie een achterstand op mannelijke kunstenaars, die door hun training beter in staat waren dan zij om gecompliceerde groepscomposities te maken bij het maken van religieuze voorstellingen en andere historiestukken. Al gauw bleek dat Sofonisba uitblonk in het maken van portretten, en daar legde ze zich dan ook op toe. In de vele portretten die ze in haar beginperiode van haarzelf en haar familieleden maakte etaleerde ze op geraffineerde wijze zowel haar kunde als haar originaliteit. Zie daarvoor onder meer Het schaakspel uit 1555 en haar zelfportret uit 1554, dat behoort tot de collectie van het Kunsthistorisches Museum in Wenen. Het talent van Sofonisba Anguissola werd in haar tijd al snel erkend, onder andere door Michelangelo, die zij in Rome persoonlijk ontmoette.
Vier jaar na het schilderen van het genoemde zelfportret kreeg haar leven een spectaculaire wending. Omstreeks 1558 werd ze, nadat ze een portret van de hertog van Alva had geschilderd in Milaan, als hofdame en schilderdocent aangesteld aan het hof van Elizabeth van Valois, de koningin van Spanje en echtgenote van koning Philips II. De koningin was zelf een verdienstelijk amateurschilder en bewonderde het enorme talent van Anguissola, dat ze had onderkend in het portret van Alva, daarom wilde ze graag van Anguissola persoonlijk les krijgen. De kunstenares werd tevens officieus hofschilder van de koning. Ze maakte jarenlang staatsieportretten en andere officiële stukken voor het Spaanse Koninklijk huis. Haar schilderijen zijn helaas grotendeels bij een brand in het Prado tijdens de zeventiende eeuw verloren gegaan. Na de dood van de koningin, arrangeerde de koning die de kunstenares goed gezind was een huwelijk voor Anguissola met de Italiaanse edelman Fabrizio de Moncada. Bovendien voorzag hij haar van een stevige gouden handdruk. Zo keerde de Italiaanse weer terug naar haar geboorteland, waar zij achtereenvolgens in Palermo, Pisa en Genua woonde.

Sofonisba Anguissola (1530–1625), Portret van Massimiliano Stampa, 1557, olieverf op doek, 136.8 x 71.5 cm, Walters Art Museum, Baltimore, Maryland
Sofonisba Anguissola (1530–1625), Portret van Massimiliano Stampa, 1557, olieverf op doek, 136.8 x 71.5 cm, Walters Art Museum, Baltimore, Maryland

BEROEMD IN HAAR TIJD

Ondanks haar vaders oorspronkelijke educatieve en pedagogisch verantwoorde bedoelingen groeide Sofonisba Anguissola uit tot een van de meest gerespecteerde portretschilders van Italië. Uiteindelijk genoot ze zelfs een internationale reputatie, terwijl zij de voor haar tijd onwaarschijnlijke leeftijd van drieënnegentig jaar bereikte. Ze geldt als een van de eerste vrouwelijke beroepskunstenaars uit de kunstgeschiedenis. Eeuwenlang zijn haar schilderijen ten onrechte toegeschreven aan beroemde mannelijke tijdgenoten zoals Titiaan en Leonardo da Vinci, of aan haar collega Alonso Sanchez Coello, die in de periode dat Anguissola aan het Spaanse hof verkeerde de officiële hofschilder was. Tijdens haar leven was zij echter al een beroemdheid. Haar werk werd onder meer zeer gewaardeerd door de Italiaanse kunstcriticus en theoreticus Giovanni Paolo Lomazzo.
In 1624 werd de Anguissola bezocht en geconsulteerd door de nog jonge Vlaamse kunstenaar Anthonie van Dyck, die uit bewondering graag haar adviezen noteerde. In een schetsboek maakte hij een tekening van de stokoude Sofonisba Anguissola. Van Dyck gaf later aan dat de ontmoeting met Anguissola het meest leerzame was dat hij had meegemaakt. De zestiende-eeuwse kunstenaarsbiograaf Giorgio Vasari nam de kunstenares op in zijn beroemde boek Vite de' più eccellenti architetti, pittori, et scultori italiani, da Cimabue insino a' tempi nostri (De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten, van Cimabue tot onze tijd). Vasari roemt Anguissola in zijn publicatie. Hij schrijft dat ' de kunstenares heeft leren tekenen en schilderen naar de natuur, en is bijzonder goed in staat om de grote meesters te kopiëren.' Veelzeggend is zijn constatering dat 'ze uitzonderlijke en prachtige schilderijen aan de mensheid heeft nagelaten.'