Caspar David Friedrich (1774 - 1840)

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Romantisch ontzag voor de natuur


door: Sander Kletter
  

Friedrich kreeg vanaf zijn zestiende tekenles van de architect, kunstschilder en hoogleraar Johann Gottfried Quistorp (1755-1835), die verbonden was aan de universiteit van Greifswald, gelegen in de Noord-Duitse deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren. Op zijn twintigste ging hij studeren aan de Koninklijke kunstacademie van Kopenhagen, waar hij opgeleid werd door onder meer Nicolai Abraham Abildgaard (1743-1809). Op zijn vierentwintigste vestigt hij zich in Dresden, waar hij Philipp Otto Runge leert kennen en belangrijke dichters van de Duitse romantiek als Novalis en Ludwig Tieck.

Caspar David Friedrich, Ochtend in het Riesengebirge, 1810-11, olieverf op doek, 108 x 170 cm, Schloß Charlottenburg, Berlijn
Caspar David Friedrich, Ochtend in het Riesengebirge, 1810-11, olieverf op doek, 108 x 170 cm, Schloß Charlottenburg, Berlijn

In Dresden raakt hij bevriend met Novalis en Runge, terwijl hij ook de ideeën van dichter, filosoof en natuurwetenschapper Johann Wolfgang von Goethe leert kennen. Beïnvloed door zijn nieuwe omgeving, waar hij de rest van zijn leven zal blijven wonen, ontwikkelt Friedrich een diep bezielde romantische schilderkunst. Hij specialiseert zich daarbij in het schilderen van landschappen. In de beginfase van zijn carrière is hij nog sterk beïnvloed door de landschappen van de Nederlandse zeventiende-eeuwse kunstenaar Jacob van Ruisdael en de Fransman Claude Lorrain.

Hij maakt zijn eerste olieverfschilderij Het kruis in de bergen in 1808. Het maakt onderdeel uit van het Tetschener altaar. Dit schilderij zorgde voor een schandaal, omdat Friedrich meer aandacht leek te hebben gehad voor het prachtige berglandschap dan voor de gekruisigde Jezus. Hetzelfde motief schildert hij twee jaar later in het schilderij Ochtend in het Riesengebirge (zie afbeelding hierboven). Hoewel een kruis inderdaad vaak is geplaatst op de hoogste toppen van dit gebergte, is het niet erg gebruikelijk dat daarvoor een crucifix wordt gebruikt, het type kruis waarbij Jezus aan het kruis hangt. Door de bewuste toevoeging van een wat eenzame menselijke figuur ziet Friedrich kans een ogenschijnlijk naar de waarneming geschilderd landschap te laden met de symboliek van een romantisch mystieke interpretatie van het christelijk geloof. Hierin is eerbied voor de natuur een grote rol toebedeeld. Het thema van het kruis in een leeg, verlaten landschap zal hij ook later nog vele malen herhalen. Kenmerkend voor de meeste van zijn landschappen blijft de transformatie van een subtiel waargenomen landschap in een landschap met een symbolische, veelal religieuze of spirituele, betekenis. In de meeste van zijn schilderijen zijn er geen mensen te bespeuren in de compositie. De kunstenaar heeft een voorkeur voor ravijnen, diepe kliffen, ijsvlakten en mysterieuze natuurverschijnselen als mist om zo zijn romantisch ontzag voor de natuur uit te drukken.

Nadat Friedrich aanvankelijk negatief de aandacht had getrokken met Het kruis in de Bergen volgde geleidelijk aan meer succes. Zijn werk wordt onder meer in 1810 aangekocht door de Pruisische kroonprins. Friedrich krijgt ook onder kunstenaars meer waardering en bekendheid, en treedt toe als lid van de Berliner Akademie. In 1821 koopt het hof van de Russische Tsaar werk van de kunstenaar. In 1824 wordt hij aangesteld als professor in de landschapsschilderkunst aan de Dresdener Akademie. Belangrijke vroege schilderijen uit zijn oeuvre zijn Monnik aan zee uit 1808-09 en Abdij in het eikenwoud, geschilderd in 1809-10. Dit zijn de twee schilderijen die door de Pruisische kroonprins werden aangeschaft. Daarnaast behoren De wandelaar boven de nevelen uit 1817-18 (zie de afbeelding rechts) en De IJszee uit 1823-24 tot de topstukken van zijn oeuvre. Deze twee schilderijen bevinden zich in de Hamburger Kunsthalle. Een belangrijk laat werk, dat hij schildert voordat hij verlamd raakt is het schilderij De Levensfasen, dat behoort tot de collectie van het Museum der Bildenden Künste in Leipzig.

In 1818 trouwt Friedrich met Caroline Bommer, met wie hij drie kinderen krijgt. De kunstenaar onderhoudt vriendschappen met verschillende kunstenaars, onder wie Georg Friedrich Kersting en J. Christian Clausen Dahl, die vanaf 1823 bij het huis van de kunstenaar en zijn vrouw inwoont. In 1835 raakt Friedrich verlamd na een tweetal beroertes. Vijf jaar later sterft hij in Dresden en raakt spoedig daarna in de vergetelheid. Begin twintigste eeuw wordt zijn werk echter herontdekt. Intussen wordt hij beschouwd als één van de belangrijkste exponenten van de Duitse romantische schilderkunst.