Artemisia Gentileschi (1593 – 1652)

1300+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Gerehabiliteerde superster van de Italiaanse barok


door: Sander Kletter
    
Artemisia Gentileschi behoort samen met onder meer Sofonisba AnguissolaMary Cassatt, Frida Kahlo, Paula Modersohn-Becker en Elisabeth Vigée Le Brun tot de grootste vrouwelijke kunstenaars uit de kunstgeschiedenis. Als dochter van kunstenaar Orazio Lomi Gentileschi (1563-1639) benutte zij de zeldzame mogelijkheid om zelf kunstschilder te worden. Dat was in de zeventiende eeuw allesbehalve vanzelfsprekend voor vrouwen.

Artemisia Gentileschi (1593-1652), Zelfportret als de heilige Catharina van Alexandrië, ca. 1616, olieverf op paneel, 71.5 x 71 cm, National Gallery, Londen
Artemisia Gentileschi (1593-1652), Zelfportret als de heilige Catharina van Alexandrië, ca. 1616, olieverf op paneel, 71.5 x 71 cm, National Gallery, Londen

'Me too' avant la lettre

Gentileschi werd in 1593 in Rome geboren. Ze kreeg in haar vroege jeugd les van haar vader, die behoorde tot een kring van kunstenaars rond Caravaggio. Zo kwam het dat ook Artemisia al vroeg onder invloed kwam van diens toepassing van het chiaroscuro. Ook zij zou het extreem licht-donkercontrast van Caravaggio gedurende haar carrière in haar composities blijven toepassen. Talentvol als ze was groeide ze vanaf haar jeugd tot in haar late puberteit uit tot een vaste assistent van haar vader. Toen ze iets ouder was deed hij haar in de leer bij kunstenaar Agostino Tassi (1578-1644), een expert in de illusionistische weergave van de meest gecompliceerde vormen van het lineair perspectief. Kennis daarvan zou zijn dochter goed van pas komen bij het maken van religieuze historiestukken. Tassi verkrachtte zijn pupil Artemisia echter op 18-jarige leeftijd. 'Me too', zo blijkt helaas keer op keer, is tragisch genoeg een probleem van alle tijden.
Toen Tassi uiteindelijk weigerde om met zijn dochter te trouwen, daagde Orazio Lomi Gentileschi hem voor het gerecht. De eer van de familie was geschonden. Dochter Artemisia was geen maagd meer, en maatschappelijk gezien was dit het ergste wat een jonge vrouw in die tijd kon overkomen. Ze was immers ineens geen potentiële huwelijkskandidaat meer. De rechtszaak nam een periode van zeven maanden in beslag, de geschreven stukken van de rechtszaak zijn in Rome bewaard gebleven. De positie van de vrouw was uiterst belabberd in die tijd en de rechter besloot in al zijn wijsheid dat Artemisia moest worden gefolterd aan de vingers van haar handen. Het gebeurde voor alle zekerheid om erachter te komen of ze wel de waarheid had gesproken over het gebeurde. Ze volhardde. Een klein wonder geschiedde. De familie Gentileschi won de zaak. Daarmee was de impact van de tragedie nog niet opgelost. Hoe dan ook een ding was zeker, in Rome had Artemisia vanaf dat moment geen leven meer.

WEDERGEBOORTE IN FLORENCE

In 1612 trouwde Gentileschi in het geheim met kunstenaar Piermatteo Stiattesi. Ze verhuisde van Rome naar Florence, waar niemand van het gebeuren wist. De verhuizing bood en passant de kans om als kunstenaar uit de schaduw van haar vader te treden. In haar nieuwe woonomgeving zag de ambitieuze daadkrachtige Gentileschi kans om in slechts enkele jaren een fantastische carrière als zelfstandig kunstenaar op te bouwen. Ze schilderde onder meer in opdracht van het hof van Cosimo II De' Medici en zijn vrouw Christine van Lotharingen. Ze verkeerde er in de literaire en artistieke kring van de dichter Michelangelo Buonarroti de Jonge, een neef van de beroemde Michelangelo. In 1616 werd ze als eerste vrouw in de geschiedenis toegelaten tot de prestigieuze Accademia delle Arti del Disegno van Florence, die in 1563 was opgericht door Cosimo de' Medici, onder het toeziend oog van Giorgio Vasari. Je zou deze academie kunnen zien als een netwerkclub voor de grootste onder de Florentijnse kunstenaars, die verbonden waren aan het groothertogelijk hof van de familie De' Medici. In het verleden waren onder meer kunstenaars als Agnolo Bronzino, Benvenuto Cellini, Francesco da Sangallo, Michelangelo en natuurlijk Vasari zelf lid geweest.
In het oeuvre van Gentileschi uit haar periode in Florence komen verschillende schilderijen voor, waarin vastberaden heldhaftige vrouwen uit oudtestamentische verhalen kordaat afrekenen met mannen. Het gebeurt veelal op huiveringwekkende wijze. Een meesterwerk is Judith onthoofdt Holofernes, geschilderd ergens tussen 1614 en 1620. Het dramatische schilderij, waarin de onthoofding, uiterst realistisch wordt weergegeven behoort tot de absolute topstukken van museum het Uffizi in Florence. Het ligt voor de hand te denken dat dergelijke thematiek in de eerste plaats alles met haar persoonlijke levenservaring te maken heeft. Maar waarschijnlijk is dat slechts gedeeltelijk het geval. In de periode van de barok bestond er een voorkeur voor het weergeven van dramatische momenten, zeker in de kring rond Caravaggio. Het moorddadige verhaal van Judith en Holofernes bleek een zeer geliefd onderwerp onder Caravaggisten. Beroemd is de versie van de grote meester Caravaggio zelf, dat kan worden bewonderd in de Galleria Nazionale d'Arte Antica in Rome. Het is zeker niet ondenkbaar dat Gentileschi het doek tijdens haar jeugdjaren heeft gezien. Een tweede voorbeeld van vergelijkbare morbide thematiek zien we in haar Jaël en Sisera, dat de kunstenares omstreeks 1620 heeft geschilderd, vlak voordat ze Florence weer verruilde voor Rome. Gedurende de rest van haar carrière zal de lijdende maar sterke vrouw, gesitueerd in Bijbelse, mythologische en allegorische verhalen, een belangrijk thema zijn waarin ze zich specialiseert.

SUCCES IN ROME, VENETIË, NAPELS en ... LONDEN

Vanwege een affaire met de edelman Francesco Maria Maringhi breekt ze met haar man. Tussen 1621 en 1626 woont en werkt Gentileschi weer in haar geboortestad, gevolgd door Venetië van 1626 tot 1630. Daarna vestigt ze zich tot het eind van haar leven in Napels. Kortstondig verblijft ze tijdens die laatste fase van haar leven in Londen, onder meer in 1634 en in 1638. Tijdens het tweede bezoek werkt ze opnieuw samen met haar vader, die tussen 1626 en zijn dood in 1639 werkzaam is als de hofschilder van koning Karel I van Engeland. Onder de indruk van de kwaliteit van haar werk koopt de koning voor zijn kunstverzameling het schilderij Zelfportret als allegorie van de schilderkunst, dat nog altijd onderdeel uitmaakt van de Royal Collection in Londen. Net als in Florence verkeert Artemisia Gentileschi in Napels en Venetië in de hoogste culturele en literaire kringen. In alle steden waar ze zich vestigde raakt ze bevriend met plaatselijk vooraanstaande kunstenaars of werkt ze nauw met hen samen, onder wie Simon Vouet en Massimo Stanzione.
Gentileschi was niet alleen een goed kunstschilder, maar ook een succesvol ondernemer. Kunstverzamelaars en invloedrijke personen wist ze waar ze ook was voor zich te winnen. Zo werd ze tijdens haar periode in Rome gesteund door de geleerde humanist en kunstliefhebber Cassiano dal Pozzo, die tevens als beschermheer optrad voor de beroemde Franse barokkunstenaar Nicolas Poussin. Naast religieuze taferelen schilderde Gentileschi ook een groot aantal zelfportretten en maakte ze portretten in opdracht. Tot haar indrukwekkende internationale clientèle behoorde naast de koning van Engeland ook koning Filips IV van Spanje. In Napels werd voor het eerst in haar carrière ook de Rooms Katholieke kerk een serieuze opdrachtgever. Zo realiseerde ze omstreeks 1636-1637 voor de San Procolo kathedraal in Pozzuoli onder meer het monumentale historiestuk Het martelaarschap van de heilige Januarius.

INVLOED FEMINISME

Juli 2018 kocht de National Gallery in Londen een zelfportret van de kunstenares aan, dat ze omstreeks 1616 maakte, voor het hoge bedrag van 3,6 miljoen Engelse pond (zie afbeelding bovenaan pagina). Gentileschi wordt sinds enkele decennia dan ook beschouwd als een van de belangrijkere Italiaanse kunstenaars uit de stijlperiode van de barok, specifiek van de eerste generatie na Caravaggio. Net als andere vrouwelijke kunstenaars verkeerde ze echter eeuwenlang in de vergetelheid. Feministische kunsthistorici toonden in de jaren tachtig van de vorige eeuw overtuigend aan dat de inbreng van vrouwelijke kunstenaars in de kunstgeschiedenis tot dan toe haast structureel was ontkend. Ze wezen erop dat in het destijds wereldwijd gehanteerde gezaghebbende handboek Wereldgeschiedenis van de kunst. Van de dageraad der mensheid tot heden van H.W. Janson geen enkele vrouwelijke kunstenaar voorkomt. Intussen weten we natuurlijk beter. Naast kunsthistorici brachten ook feministische kunstenaars in die jaren het chronisch ontbreken van vrouwen in de kunstgeschiedenis en haar instituten aan de orde. De Amerikaanse kunstenaarsgroep de Guerilla Girls moet hier worden genoemd vanwege hun kritisch ironische affiche op de stadsbussen van New York. De postertekst naast een bekend liggend naakt luidde: "Do women have to be naked top get into the Met. Museum?* Less then 5% of the artists in the Modern Art Sections are women, but 85% of the nudes are female."
De laatste drie decennia worden ontbrekende vrouwen in de kunsthistorische geschiedschrijving dankzij gestaag voortgaand wetenschappelijk onderzoek langzaamaan een voor een gerehabiliteerd. Gentileschi neemt als boegbeeld een bijzondere plaats in, mede gezien de feministische wijze waarop zij vrouwen in haar oeuvre heeft weergegeven. Misstanden worden stapje voor stapje recht gezet, zoals meesterwerken van vrouwelijke kunstenaars in collecties van musea, die schaamteloos zijn toegeschreven aan hun mannelijke tijdgenoten. Dit lot was ook Artemisia Gentileschi in enkele gevallen ten deel gevallen. Kunsthistorisch gezien is de status van de kunstenaar gestaag groeiende, geheel terecht, ze overschaduwt met haar indrukwekkende oeuvre met groot gemak het gros van de mannelijke collega's uit haar tijd.


* afkorting voor het prestigieuze Metropolitan Museum of Art in New York, het op twee na grootste kunstmuseum ter wereld.