Gewonde kurassier, die het slagveld verlaat (1814) - Théodore Géricault

Van onze redactie
     

Dit schilderij, dat zich bevindt in het Louvre te Parijs, is geschilderd door Théodore Géricault, één van de eerste kunstenaars, die schilderde in de stijl van de Franse romantiek. Géricault maakte tijdens zijn leven de opkomst en ondergang van Napoleon mee en schilderde dit doek toen Frankrijk oorlogsmoe was geworden, vanwege de verwoestingen en het grote aantal dodelijke slachtoffers, welke waren gevallen tijdens de Napoleontische oorlogen.

Théodore Géricault, Gewonde cuirassier, die het slagveld verlaat, 1814, olieverf op doek, 353 x 294 cm, Musée du Louvre, Parijs
Théodore Géricault, Gewonde cuirassier, die het slagveld verlaat, 1814, olieverf op doek, 353 x 294 cm, Musée du Louvre, Parijs

Een kurassier (in het frans: cuirassier) is een zwaar bewapende cavalerist, genoemd naar het harnasachtige borststuk, dat hij draagt. De kurassiers van Napoleon waren zijn elitetroepen en golden als onoverwinnelijk. We zien op het doek een kurassier, die gewond is geraakt en wegvlucht in een greppel naast het slagveld. Hij steunt met zijn sabel op de grond en kijkt angstig achterom of hij niet gezien is.
Het schilderij is losjes geschilderd vergeleken met de haarscherpe neoclassicistische stijl, waarin propagandastukken werden geschilderd ter promotie van keizer Napoleon. Zie daarvoor bijvoorbeeld Napoleon I op zijn keizerlijke troon uit 1806 van Jean Auguste Dominique Ingres en Napoleon steekt de Alpen over bij de St. Bernardpas uit 1800-01 van Jacques-Louis David.
 

AANDACHT VOOR MENSELIJKE PSYCHOLOGIE

Vernieuwend is echter vooral de psychologie in dit werk, de aandacht van Géricault voor de werkelijke emoties van de kurassier, die symboliseert wat de doorsnee Franse bevolking op dat moment voelde, namelijk de onwil om nog meer bloed te vergieten voor het vaderland. De gewonde soldaat verbeeldt de antiheld, de verliezer. In de thematiek van het neoclassicisme was slechts plaats voor een held, voor moed, eer en vaderlandsliefde. Met deze nieuwe psychologische aanpak appelleerde Géricault aan een oproep van de schrijver en kunstcriticus Henri Beyle (1783-1842), die publiceerde onder het pseudoniem Stendhal. Hij wilde de menselijke emotie in de kunsten laten spreken. Kunstwerken moesten een ziel hebben en 'in een levendige begrijpelijke stijl spreken tegen het publiek'. David en zijn leerlingen waren daartoe niet in staat. Zij konden slechts perfecte lichamen schilderen zonder ziel, volgens Stendhal. Hij was een vurig pleitbezorger van de stijl van de romantiek, beïnvloed als hij was door de Duitse romantiek van onder meer Goethe en Schlegel. In 1823 publiceerde hij La Vie de Rossini en Racine et Shakespeare (1823) ter verdediging van de romantische stijl.