Grande Odalisque (1814) - J.A.D. Ingres

Van onze redactie
    

Dit naakt van Jean Auguste Dominique Ingres bracht een schok teweeg op de Salon van 1819. Omdat het ongebruikelijk was in de late achttiende en begin negentiende eeuw, dat een kunstschilder een naakt schilderde, zonder dat dit gerechtvaardigd leek door een (mythologisch) verhaal. Het was in dit geval zomaar een naakte vrouw, die bekeken kon worden. De titel Grande Odalisque, grote odalisk, geeft wel een aanwijzing om wie het gaat. Het Franse woord odalisque is afgeleid van het Turkse 'odalik', dat haremdame betekent.

Jean-Auguste Dominique Ingres, Grande Odalisque, 1814, olieverf op doek, 91 x 162 cm, Musée du Louvre, Parijs
Jean-Auguste Dominique Ingres, Grande Odalisque, 1814, olieverf op doek, 91 x 162 cm, Musée du Louvre, Parijs

Ingres had het schilderij geschilderd tijdens zijn verblijf in Italië, waar hij een aantal jaren verbleef om te studeren naar de klassieken en de kunst van de renaissance, nadat hij de Prix de Rome had gewonnen. Hij genoot op dat moment in Frankrijk nog nauwelijks bekendheid, maar schilderde - net als zijn leermeester David - voor Napoleon en zijn familieleden. In Rome maakte hij twee schilderijen voor de Keizerlijke residentie, het Palazzo Quirinale. Voor Caroline Murat, een zus van Napoleon, die gekroond was tot koningin van Napels, maakte hij Grande Odalisque en een tweede naakt, dat helaas verloren is gegaan tijdens de Napoleontische oorlogen.
Nu waren er in de geschiedenis wel al eerder naakten geschilderd, die louter als erotische afbeelding bedoeld waren om naar te kijken, zonder specifieke context. Bijvoorbeeld de Venus van Urbino van Titiaan en de Slapende Venus van Giorgione. Maar dergelijke schilderijen waren dan in opdracht geschilderd en werden louter privé door hun eigenaren bewonderd. Grande Odalisque werd echter tentoongesteld op de Salon en was dus toegankelijk voor een breed publiek, en dat leverde een shock op. Het werk werd ontvangen met desinteresse en vijandigheid. Het werd nog enigszins goedgemaakt door de titel, die aangaf, dat het hier om een exotische dame van ver weg ging en niet om een gewone Franse vrouw. De attributen op het schilderij, zoals de waaier van pauwenveren ondersteunden dit concept, dat ook wel aangeduid wordt als oriëntalisme. Een naakte vrouw, in feite een prostituee, mocht in dat geval wel afgebeeld worden, want ze was immers 'een wilde' uit een andere wereld. Zie voor uitleg over het orïentalisme ook het schilderij De dood van Sardanapalus van Eugène Delacroix.
Ingres leek geïnspireerd door het Portret van Juliette Récamier dat David had geschilderd in 1800. De lichaamshouding van Récamier lijkt op die van zijn haremdame. Maar was de inhoud van Grande Odalisque al shockerend, ook de gekozen vorm viel niet in goede aarde. Want men constateerde dat de rug van de haremdame wel erg lang was. Critici mopperden dat minstens drie wervels leken te zijn toegevoegd door Ingres. Dit betekende dat Ingres de regels met betrekking tot ideale proportie, gebaseerd op de Griekse en Romeinse sculpturen, had losgelaten. De arm leek ontdaan te zijn van de gewrichten van pols en elleboog. Met deze verlengde rug en gewrichtsloze arm wilde de kunstenaar echter de vrouwelijke zachtheid en sensualiteit benadrukken. Al ging hij hiermee lijnrecht in tegen de strenge regels en principes van de academische neoclassicistische stijl, waar David het schoolvoorbeeld van is. De door Ingres toegepaste vervormingen doen denken aan de stijl van het Italiaanse maniërisme van het begin van de zestiende eeuw.
Ingres had in Grande Odalisque een vernieuwende visie op het kunstenaarschap toegepast. Als het kenmerk van een haremdame haar sensualiteit is, dan moest de kunstenaar lijnen en contouren aanwenden om dit uit te drukken, ook al gaat dit ten koste van de proportionele realiteit van het menselijk lichaam. Tekenen was voor Ingres niet het blindelings kopiëren van de werkelijkheid, het was in de eerste plaats een vorm van expressie, en het in de juiste vorm modeleren van een achterliggend idee. Een visie, die een eeuw later een spectaculaire gestalte zou krijgen door kunstenaars van het expressionisme en het kubisme. De onjuistheden in de lichaamsbouw van de odalisk werden overigens bijna teniet gedaan - misschien wel in evenwicht gehouden - door de buitengewoon precieze weergave van details, zoals de parels in haar haarband, de plooival van de blauwe gordijnen, lakens en kussens. De kunstenaar was een meester in stofuitdrukking.
Ingres had nu weliswaar voor het eerst bekendheid in de kunstwereld van Parijs, maar vanwege de overwegend negatieve kritieken, durfde hij pas vijf jaar later opnieuw werk te laten zien op de Salon. Op de Salon van 1824 toonde hij zeven schilderijen en dit keer werd het een groot succes. Vooral vanwege het doek De gelofte van Lodewijk XIII. Vanaf dat moment werd Ingres pas beschouwd als één van de belangrijkste hedendaagse kunstenaars van zijn tijd, naast bijvoorbeeld Horace Vernet en Delacroix. Het schilderij Grande Odalisque van Ingres wordt tegenwoordig beschouwd als één van de iconische kunstwerken uit de kunstgeschiedenis, het behoort tot de topstukken van museum het Louvre in Parijs.