De grote parade (1954) - Fernand Léger

Een streven naar toegankelijke kunst

Van onze redactie

Een jaar voor zijn dood voltooide Fernand Léger (1881-1955) het schilderij De Grote Parade. Hij werkte er twee jaar aan. Het circus, acrobaten en mensen die in hun vrije tijd samen komen, zijn thema's die in het werk van Léger veelvuldig de revue passeren.

Fernand Léger, De grote parade, 1954, olieverf op doek, 270 x 400 cm. Solomon R. Guggenheim Museum, New York
Fernand Léger, De grote parade, 1954, olieverf op doek, 270 x 400 cm. Solomon R. Guggenheim Museum, New York

Léger streeft naar kunst die toegankelijk is voor alle lagen van de bevolking. In de vormentaal van de kunstenaar is te zien dat hij de objecten terugbrengt naar vereenvoudigde vormen. In dit opzicht is zijn werk verwant aan dat van het kubisme. Maar zijn stijl wijkt duidelijk af van die van de kubisten. De vormen van Léger zijn veelal bol- of buisvormig, waardoor zijn stijl ook wel gekscherend ‘tubisme’ word genoemd. Voordat hij dit werk maakte, vervaardigde de kunstenaar talloze composities in olieverf, tekeningen en aquarel, waarop dezelfde thematiek terugkomt. Léger bewondert het werk van Max Beckmann, een kunstenaar die ook regelmatig het circus als onderwerp koos voor zijn schilderkunst, maar dan vanuit een totaal ander perspectief. Ook Henri de Toulouse-Lautrec en Georges Seurat maakten werken op basis van het thema circus. Het circusgezelschap symboliseert voor sommige kunstenaars de situatie waarin mensen zich bevinden in de maatschappij, of de persoonlijke positie van de kunstenaar zelf.
Léger ziet het circus echter louter als een soort groots collectief en visueel spektakel. Al vroeg in zijn carrière bezoekt hij de Medrano circusshow in Parijs. Hij wordt er door overweldigd en verliest zichzelf in de bonte kleuren en ritmische patronen van de glinsterende buizen en de lijnen van de circustent. Op het monumentale doek van bijna drie bij vier meter van De Grote Parade zet hij zijn interpretatie van een uitgelaten circusgezelschap neer.
In 1984 werd de tentoonstelling ‘La Grande Parade’ gehouden in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Het was de afscheidstentoonstelling van museumdirecteur Edy de Wilde. Op deze tentoonstelling toonde De Wilde een overzicht van de belangrijkste schilderkunst - in zijn visie - van na 1940. De titel van de tentoonstelling - en dat zegt veel over de achting die De Wilde had voor Léger - werd ontleend aan dit meesterwerk van Léger, dat een prachtige balans houdt tussen figuratieve en abstracte kunst.