Portret van Erich Lederer (1912-13) - Egon Schiele

Van onze redactie
   
Egon Schiele is misschien in de eerste plaats bekend vanwege zijn erotische modeltekeningen, maar een terugkerend genre in zijn oeuvre is ook het portret. Hij maakte vele zelfportretten, portretten van vrienden, de kunstenaar Gustav Klimt en van zijn eigen vrouw Edith Harms. Zijn vriendschap met Klimt leverde hem deze bijzondere portretopdracht op.

Egon Schiele, Portret van Erich Lederer, 1912-13,olieverf en gouache op linnen, 140 x 55.4 cm, Kunstmuseum, Basel
Egon Schiele, Portret van Erich Lederer, 1912-13,olieverf en gouache op linnen, 140 x 55.4 cm, Kunstmuseum, Basel

August Lederer en zijn vrouw Serena, zeer vermogende Oostenrijkse industriëlen uit de stad Wenen, verzamelden het werk van Klimt en andere kunstenaars van de Wiener Sezession. In hun woning in Wenen, werd zelfs een aparte kamer voor Klimt zijn werk ingericht. Het portret dat Klimt schilderde van Serena Lederer in 1899 behoort tot zijn beroemdste portretten. Op aanbeveling van Klimt maakten de Lederers kennis met de jonge talentvolle kunstenaar Egon Schiele. Één van hun drie kinderen, de vijftienjarige zoon Erich, raakte bevriend met de kunstenaar en wilde graag door hem geportretteerd worden. Zo gebeurde het, met kerstmis in het jaar 1912 reisde Schiele vanuit Wenen naar hun tweede residentie in Gyor (in het Duits 'Raab' genoemd) in het Westen van Hongarije. Na een flink aantal voorstudies in aquarel en gouache, maakte Schiele tenslotte dit portret, waarbij de jongen poseert voor een volstrekt abstract aandoende omgeving, die zoals uit één van de voorstudies kan worden afgeleid, waarschijnlijk bestaat uit gekleurd glas en lood. Het portret van de jongen vertoont door de bleke kleur en vormdeformaties wellicht enkele kenmerken van het expressionisme, maar is vanwege de opbouw in decoratieve elementen en de nadruk op de lijn in de eerste plaats verwant met jugendstil. De speelse facetvormen waaruit het jasje en de broek zijn opgebouwd laten zien dat Schiele ook bekend was met het kubisme van Picasso en Braque. Schiele tekende in 1918 - het jaar van zijn dood - nog een portret in houtskool van vader August Lederer, die in 1936 kwam te overlijden.
De enorme kunstverzameling van de Joodse famile Lederer werd in 1938 door de Nazi's in beslag genomen en schijnt voor het grootste gedeelte in het begin van 1945 onder nogal onduidelijke omstandigheden te zijn verbrand. Al zijn gelukkig na de Tweede Wereldoorlog enkele schilderijen uit de collectie opgedoken.