De pop (1932-45) – Hans Bellmer

Van onze redactie
  

In het museum Centre Pompidou van Parijs is één van de merkwaardige kunstwerken van de Duitse kunstenaar Hans Bellmer te bezichtigen. Net als veel van zijn kunstwerken is het geconstrueerd uit onderdelen van paspoppen.

Hans Bellmer, De pop, 1932-45, beschilderd hout, haar, sokjes en schoenen, 61 x 170 x 51 cm, Musée National d’Art Moderne, Centre Georges Pompidou, Parijs
Hans Bellmer, De pop, 1932-45, beschilderd hout, haar, sokjes en schoenen, 61 x 170 x 51 cm, Musée National d’Art Moderne, Centre Georges Pompidou, Parijs

“...een monster met een dubbele schoot, twee paar benen, twee paar voeten in zwartgelakte kinderschoentjes en een overtollig hoofd, fantastisch en angstaanjagend echt tegelijk, veranderlijk en toch steeds hetzelfde, onschuldig en onwetend, kinderlijk en pervers, vampier en duivelse hoer, een ongelooflijk heftige ledenpop en tegelijk een van de meest overtuigende plastieken van onze tijd,” schreef de Oostenrijkse kunstcriticus Wieland Schmied (1929-2014) over dit driedimensionale object van Bellmer.
Nadat Bellmer zijn carrière als graficus had afgebroken, stortte hij zich op obsessieve wijze op het vervaardigen van dit soort samengestelde poppen. Ook schreef hij gedichten over zijn poppen en maakte hij een documentaire waarin hij zijn werk van uitleg voorziet. Door Nazi-Duitsland werd zijn werk als ‘entartet’ (minderwaardig) bestempeld. Toen Bellmer in tijdschriften las over het surrealisme, bundelde hij een aantal foto’s van zijn poppen in een boekje en stuurde die naar de surrealistische kunstenaars in Parijs. Het werk werd door de surrealisten gewaardeerd, en een paar van de toegestuurde foto’s werden in hun tijdschrift ‘Minotaure’ gepubliceerd. Over het werk van deze afbeelding zei Bellmer zelf: “...Het geslacht is geprojecteerd op de oksel, het been natuurlijk op de arm, de voet op de hand, de tenen op de vingers. Zo ontstaat er een eigenaardige mengeling van echt en onecht, van wat mag en niet mag, waardoor het ene bestanddeel aan realiteit wint wat het andere daaraan inboet.” Met zijn keuze voor vervormde poppen en de vervreemding die deze oproepen vanwege de door hem benoemde tegenstellingen, neemt Bellmer beslist een unieke positie in binnen de stroming van het surrealisme.