Schrijvende Sint Hiëronymus (1606) - Caravaggio

Van onze redactie
 

“Met uitzondering van Michelangelo heeft geen enkele Italiaanse schilder zoveel invloed uitgeoefend op de schilderkunst als Caravaggio,” oordeelde de Amerikaanse kunsthistoricus en kunstverzamelaar Bernard Berenson (1865-1959), een invloedrijke connaisseur en tevens Caravaggio-hater bij uitstek.

Caravaggio, Schrijvende Sint Hiëronymus, 1606, olieverf op doek, 112 x 157 cm, Galleria Borghese, Rome
Caravaggio, Schrijvende Sint Hiëronymus, 1606, olieverf op doek, 112 x 157 cm, Galleria Borghese, Rome

Michelangelo Caravaggio, vernoemd naar het plaatsje Caravaggio in de provincie Bergamo, is misschien één van de meest markante persoonlijkheden binnen de kunstgeschiedenis. Volgens gedocumenteerde bronnen zou hij meermaals zijn gearresteerd en vastgezet. Hij zou moord hebben bekend omtrent een geschil in een uit de hand gelopen potje tennis. In mei 1606, met de doodstraf als bedreiging, zou Caravaggio op de vlucht zijn geweest voor zijn onontkoombare noodlot. Op dat moment gold hij al als één van de gevierde schilders uit Rome. Hier en daar onderduikend voor de pauselijke jurisdictie, zou hij steeds werken blijven vervaardigen. Datzelfde jaar, waarschijnlijk in de periode voorafgaande aan zijn veroordeling, schilderde hij de Schrijvende Sint- Hiëronymus (zie afbeelding).
De thematiek van dit doek valt onder het ‘memento mori’, dat wil zeggen 'gedenk te sterven'. De zwaartepunten van de compositie liggen op twee kale schedels. De één van een doodshoofd, de andere behoort toe aan een levende persoon, de heilige Hiëronymus. In een brede horizontale beweging lijkt Hiëronymus zijn schrijfveer in de inkt te willen dopen.
De compositie van het schilderij wordt evenals vele andere werken uit het latere oeuvre van Caravaggio gekenmerkt door de toepassing van 'chiaroscuro'. Voor deze Italiaanse term wordt in het Nederlands clair-obscur gebruikt. De voorstelling wordt op theatrale wijze belicht. De belangrijkste gebieden van het schilderij worden helder zichtbaar belicht, in hoog contrast met donkere achtergronden en restvormen. Vaak bevindt de lichtbron zich in het midden van het doek, waarbij de lichtbron een kaars, lantaarn of vuurtje is. Ook wordt de voorstelling wel vanaf de zijkant van het tafereel verlicht, via een raam, een deur of een lichtgevende engel. Een Nederlandse meester van het clair-obscur is Rembrandt, net als Caravaggio een schilder ten tijde van de barok ,een stijlperiode waarin het clair-obscur veelvuldig werd toegepast. Voordat deze methode van belichting werd toegepast, kwam het licht op een schilderij meestal van boven, alsof alleen het goddelijke in staat was een voorstelling aan de beschouwer te tonen. Chiaroscuro brak met deze traditie. Overigens was Caravaggio niet de eerste die het toepaste. De Italiaanse kunstschilder Masaccio paste het al toe in de vroege renaissance van de vijftiende eeuw.
Lange tijd dacht men dat het schilderij Schrijvende Sint Hiëronymus geschilderd was door de Spaanse kunstschilder José Ribera. Critici, waaronder Roberto Longhi (1890-1970), waren van mening dat Caravaggio op het moment dat hij dit schilderij schilderde op de top van zijn kunnen was. "Men spreekt van Michelangelo uit Caravaggio en men noemt hem soms de meester van de schaduw, dan weer de meester van het licht. Wat men is vergeten, is dat Ribera, Vermeer, La Tour en Rembrandt zonder hem niet zouden hebben bestaan. En dat de kunst van Delacroix, Courbet en Manet er zonder hem volstrekt anders zou hebben uitgezien,” verklaarde Longhi in 1920.