Zelfportret met twee leerlingen, Marie Gabrielle Capet en Marie Marguerite Carreaux de Rosemond (1785) - Adélaïde Labille-Guiard

Van onze redactie

Adélaïde Labille-Guiard (1749-1803) woonde en werkte in Parijs, maakte pasteltekeningen, miniatuurschilderijen en portretten. Ze werd onder andere opgeleid door Maurice Quentin de la Tour. Dit grote zelfportret uit 1785, met twee van haar leerlingen, geldt als één van haar vroege meesterwerken. Het behoort tot de collectie van het Metropolitan Museum of Art te New York.

Adélaide Labille-Guiard, Zelfportret met twee leerlingen, Marie Gabrielle Capet en Marie Marguerite Carreaux de Rosemond, 1785, olieverf op doek, 210.8 x 151.1 cm, Metropolitan Museum of Art, New York
Adélaide Labille-Guiard, Zelfportret met twee leerlingen, Marie Gabrielle Capet en Marie Marguerite Carreaux de Rosemond, 1785, olieverf op doek, 210.8 x 151.1 cm, Metropolitan Museum of Art, New York

Samen met Élisabeth Vigée-Lebrun behoorde Labille-Guiard tot de eerste vrouwelijke kunstenaars, die als lid werden toegelaten tot de Académie Royale de Peinture et de Sculpture in 1783. Er werden maximaal vier vrouwen toegelaten, de officiële kunstwereld was in die tijd een mannenaangelegenheid. Ook het kunstonderwijs aan vrouwen was gescheiden van dat van de mannen en men exposeerde de werken grotendeels in een ander circuit. Het Zelfportret met twee leerlingen, Marie Gabrielle Capet en Marie Marguerite Carreaux de Rosemond (zie afbeelding) van Labille-Guiard uit 1785 werd echter tussen dat van mannelijke kunstschilders geëxposeerd op de Salon van 1785. Het schilderij van Labille-Guiard, dat geschilderd is in de stijl van Vigée-Lebrun, waarop twee van haar leerlingen staan afgebeeld, wordt vaak beschouwd als een propagandastuk waarmee Labille-Guiard de positie van vrouwelijke kunstenaars onder de aandacht wilde brengen en waarmee ze pleitte voor de toelating van meer vrouwen tot de prestigieuze Koninklijke Academie, waar ze als vrouw nog bij uitzondering lid van was.
Nadat ze aangenomen was op de Koninklijke Academie werd haar werk door de critici van haar tijd positief ontvangen, waarbij men haar werk zelfs prefereerde boven dat van haar concurrente Vigée-Lebrun. Net als haar, verwierf Labille-Guiard nationale bekendheid met werk dat met betrekking tot stijl de overgangsfase illustreert tussen het rococo en het necoclassicisme. In tegenstelling tot Vigée-Lebrun sympathiseerde Labille-Guiard echter met de Franse revolutie en ze bleef in Frankrijk, in Parijs, tot haar dood in 1803.