Aan de toilettafel, zelfportret (1909) - Zinaida Yevgenyevna Serebryakova

Van onze redactie
   

Dit zelfportret is geschilderd door Zinaida Yevgenyena Serebryakova (1884-1967) op vijfentwintigjarige leeftijd in de gelukkige dagen van haar leven. De Russische kunstenares komt uit een gegoede artistieke familie van architecten, beeldhouwers, kunstschilders en muzikanten, een van oorsprong Franse familie die in 1794, vlak na de Franse revolutie, naar Rusland was geëmigreerd. Één van haar ooms, de kunstschilder Alexandre Benois, behoorde tot de oprichters van de Mir Iskusstva kunstenaarsgroep, de meest vooruitstrevende kunstenaarsbeweging in Rusland aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Zo kwam Serebryakova al op jonge leeftijd in contact met de wereld van de avant-garde kunstenaars. 

Zinaida Yevgenyevna Serebryakova, Aan de toilettafel, zelfportret, 1909, olieverf op doek, 75 x 65 cm Tretyakov Museum, Moskou
Zinaida Yevgenyevna Serebryakova, Aan de toilettafel, zelfportret, 1909, olieverf op doek, 75 x 65 cm Tretyakov Museum, Moskou

Serebryakova werd vanaf 1901 eerst opgeleid door de beroemde Russische realist Ilya Yefimovich Repin (1844-1930) en daarna door de portrettist Osip Braz (1873-1936). Na haar opleiding bij Repin en een tweejarig verblijf in Italië gaat de jonge kunstenares in 1905 verder studeren in Parijs aan de Académie de la Grande Chaumière, waaraan bekende kunstenaars als Ossip Zadkine, Jean Metzinger en Antoine Bourdelle lesgaven. De academie onderscheidde zich van andere academies, doordat men niet strikt de academische regels wilde onderwijzen, maar openstond voor vernieuwing. Naast Serebryakova leverde deze kunstacademie in haar lange geschiedenis grote namen af als Alexander Calder, Louise Bourgeois, Tamara de Lempicka, Alberto Giacometti, Amedeo Modigliani, Serge Poliakoff en Germaine Richier. In 1905 trouwt Serebriakova met één van haar neven en neemt zijn achternaam Serebriakov aan. 
In dit intieme zelfportret, waarin geen kunstschilderattributen als een schildersezel, palet of penselen worden geëtaleerd, maar opmaakspullen, parfums, sieraden, poederdoosjes en hoedenpennen, zijn naast de invloeden van Repin, ook die van de moderne kunststad Parijs waarneembaar. Het schilderij is geschilderd met zichtbare toetsen in een realistische vrije stijl, en ademt tegelijkertijd de lichtheid van het impressionisme, de frivole blijmoedigheid van de belle epoque en de experimenteerdrift van het postimpressionisme. De dynamische in kleine vlakjes opgebouwde compositie van het portret toont verwantschap met de vernieuwende tijdgeest binnen de moderne kunst omstreeks 1909, waarin net stijlen tot ontwikkeling kwamen als het kubisme en het futurisme.
Na haar opleiding in Parijs keert Serebryakova omstreeks 1906 terug naar Rusland. De Russische revolutie brengt echter een einde aan haar gelukkigste jaren. Haar man, met wie ze vier kinderen krijgt, sterft aan tyfus in 1919, opgelopen tijdens zijn verblijf in een Bolsjewistische gevangenis. Het familiebezit van de rijke familie wordt door de communisten geplunderd en Serebryakova verkeert in armoede.
In 1924 wordt ze verbannen en gaat ze terug naar Parijs, maar door de omstandigheden kan ze slechts twee van haar vier kinderen meenemen. De andere twee zal zij pas 36 jaar later opnieuw ontmoeten als zij eindelijk door de Sovjetautoriteiten in de gelegenheid wordt gesteld haar geboorteland terug te zien. In 1966 volgt een triomftocht van haar werk door de Sovjet Unie met exposities in Moskou, Leningrad en Kiev, waarbij miljoenen catalogi van haar werk over de toonbank gaan. Het oeuvre en talent van Serebryakova wordt bij die gelegenheid vergeleken met kunstenaars als Botticelli en Renoir. Haar veelzijdige oeuvre beslaat verschillende thema's, ze schilderde het plattelandsleven, portretten van Arabische en Afrikaanse vrouwen in hun etnische klederdracht, het leven van de Bretonse vissersmannen, en ballerina's. Een jaar na haar rehabilitatie als kunstenares in haar voormalige vaderland, sterft de kunstenares op 82 jarige leeftijd in Parijs. Ze wordt nu algemeen beschouwd als één van de eerste Russische vrouwelijke kunstenaars, die zich daadwerkelijk wist te onderscheiden binnen de geschiedenis van de moderne kunst.