Symbolisme

Van onze redactie
 
Het symbolisme kwam op in 1880 en bevindt zich als stijlperiode tussen het impressionisme en het expressionisme in. De tijd waarin de stijl ontstond, het eind van de negentiende eeuw, ook wel aangeduid als Fin de siècle, wordt gekenmerkt door technologische vernieuwing, waar een meer materialistische kijk op het leven mee gepaard gaat. Het symbolisme probeerde daaraan een tegenwicht te bieden. Het symbolisme is een stroming in de muziek, de literatuur en de beeldende kunst. 

Paul Gauguin, Visioen na de preek, Jacobs gevecht met de Engel (La Vision après le Sermon), 1888, olieverf op doek, 72 x 91 cm, National Gallery of Scotland, Edinburgh, Verenigd Koninkrijk
Paul Gauguin, Visioen na de preek, Jacobs gevecht met de Engel (La Vision après le Sermon), 1888, olieverf op doek, 72 x 91 cm, National Gallery of Scotland, Edinburgh, Verenigd Koninkrijk

De Franse dichter Jean Moréas introduceerde de term in zijn Symbolistisch Manifest, welke hij in 1886 publiceerde in het Parijse magazine Le Figaro. Moréas pleitte ervoor om het ‘idee te kleden in zinnelijke vormen’. In het manifest (een openbare tekst waarin standpunten uiteen worden gezet), zette Moréas zich af tegen het naturalisme en het realisme. Stijlen die gelijktijdig aan het symbolisme hun hoogtijdagen vierden. De naturalisten en realisten hadden een meer objectieve benadering en baseerden zich vooral op de waargenomen werkelijkheid. De symbolisten waren geïnspireerd door de opvatting van kunstenaars uit de romantiek. Zij beschouwden de verbeelding als belangrijkste kracht achter het kunstwerk. De overtuiging van kunstschilder Eugène Delacroix, dat kleur ingezet moet worden als expressief en als beschrijvend middel sprak hen bijzonder aan.
Moréas richtte in zijn manifest zijn pijlen vooral op de literatuur en op een naturalistische schrijver als Emile Zola. Andere critici zetten zijn ideeën door in de richting van de schilderkunst. Kunstenaars als Vincent van Gogh en Paul Gauguin werden beschouwd als dé kunstenaars van het symbolisme.
 
 

Het synthetisme, De Nabis en meer symbolisten

Gauguin wordt gerekend tot één van de groepen die bestonden binnen het symbolisme. Emile Bernard en Paul Sérusier waren lid van dezelfde groep als Gauguin. Samen met andere kunstenaars vormden zij een kunstenaarskolonie in Pont-Aven in Bretagne. Hun stijl kenmerkte zich door een onnatuurlijk kleurgebruik, ritmische patronen en vereenvoudigde vormen. Hun inspiratie vonden zij in droombeelden en herinneringen. Daarnaast lieten de kunstenaars zich inspireren door de inwoners van het platteland rondom Pont-Aven. Zij waren vooral gefascineerd door de plaatselijke folklore en de vrome beleving van het christendom ter plaatse. Gauguin en Bernard ontwikkelden het synthetisme. De emotie is daarin belangrijker dan het intellect. Kunstenaars zouden volgens de opvatting van het synthetisme vanuit hun verbeelding moeten schilderen in plaats vanuit observatie. Volgens het synthetisme moet er een zekere mate van vervreemding in de afgebeelde figuren zitten. Dit versterkt het subjectieve karakter en zo wordt de persoonlijke visie van de kunstenaar in het beeld verwerkt. Het beeld zou daardoor meer zeggingskracht krijgen. Een iconisch werk van het synthetisme is Visioen na de preek, Jacobs gevecht met de Engel van Paul Gauguin (zie afbeelding hierboven). Het synthetisme beleeft zijn hoogtepunt tussen 1888 en 1894. Sommige kunstenaars bleven echter tot in de twintigste eeuw deze stijl voortzetten.
Een andere groep symbolisten zijn de Nabis, die van 1888 tot 1900 actief waren. Belangrijke leden van deze groep zijn Pierre Bonnard, Edouard Vuillard, Paul Sérusier, Maurice Denis, en Félix Vallotton. De kunstenaars waren geïnspireerd door de expressieve synthetische stijl van Gauguin, maar ook door Japanse prenten en de art nouveau. Ze verbeelden vooral mystieke Christelijke taferelen. Vuillard en Bonnard vormden hierop een uitzondering. Zij gaven bij voorkeur huiselijke taferelen weer. De synthetisten en navolgers hadden vroom Christelijke, huiselijke taferelen of het platteland als onderwerp.
Naast de kunstenaarskolonie in Pont-Aven en de Nabis, die zich wilden afzetten tegen het academisme in Parijs, waren er ook individualisten, die werkten volgens de ideeën van Moréas. Zij lieten zich inspireren door de poëzie en romans van Frans symbolistische dichters als Paul Verlaine (1844-1896), Stephane Malarmé (1841-1898) en Arthur Rimbaud (1854-1891). Zij verbeeldden hevige emoties als wanhoop en melancholie, maar ook thema's die gerelateerd zijn aan het occulte, het perverse, het erotische of aan mystieke ervaringen. Daarnaast vormen de innerlijke wereld, persoonlijke stemmingen en subjectieve ervaringen de basis van waaruit deze kunstenaars tot hun onderwerpen komen. Een belangrijke symbolist is de Zwitser Arnold Böcklin (zie zijn beroemde schilderij Het dodeneiland uit 1880), en verder James Ensor, Gustave Moreau, Edvard Munch, Odilon Redon, Henri Rousseau en Franz von Stuck. Nederlandse kunstenaars, die gerekend worden tot het symbolisme zijn Jan Toorop, Johan Thorn-Prikker, Antoon Der Kinderen, Roland Holst en Willem van Konijnenburg. Stilistisch liep de werkwijze van symbolisten nogal uiteen, van uiterst gedetailleerd en verfijnd schilderwerk tot schilderijen waarin een grove penseelvoering werd toegepast.
 

Odilon Redon, De cycloop, ca 1914, olieverf op karton, 64 x 51 cm, Kröller-Müller Museum, Otterlo, Nederland
Odilon Redon, De cycloop, ca 1914, olieverf op karton, 64 x 51 cm, Kröller-Müller Museum, Otterlo, Nederland

Gustave Moreau en Odilon Redon

Het werk van de Franse kunstschilder Gustave Moreau is exemplarisch voor de tijdsgeest van de ‘mal-du-siecle’. Ofwel het melancholisch lijden, de ziekelijk pessimistische rusteloosheid van de geest. Moreau schilderde een aantal werken met als thema het Bijbelse verhaal van Salomé, de prinses die zich liet verleiden door koning Herodes in ruil voor het afgehakte hoofd van de profeet Johannes de Doper. Salomé is een goed voorbeeld van de ‘femme fatale’, de verleidelijke maar dodelijke vrouw. Een geliefd thema in de kunst en literatuur aan het einde van de 19de eeuw. Zie in dit verband zijn schilderij De veschijning (Salome). Odilon Redon werd de ‘prins van de mysterieuze dromen’ genoemd, door de Franse schrijver en criticus Joris-Karl Huysmans. Redon bestudeerde zijn onderwerpen, levensvormen uit de natuur, regelmatig onder de microscoop. De uiteindelijke beelden - die hij mede hierop geïnspireerd creëerde - zijn fantasierijke droomwerelden. Zijn oeuvre is daarom een van de grote inspiratiebronnen geweest voor het latere surrealisme.
 

Kunstwerken van het symbolisme