Gotiek

De stijl waarin de architectuur een prominente plaats inneemt

Van onze redactie
 

Omstreeks 1150 was het gebied waar de gotische stijl werd toegepast nog maar klein, het omvatte alleen het gebied van de Ile de France, dus alleen Parijs en omgeving, in feite het Koninklijke domein van de Franse vorsten.

Honderd jaar later was de kunst in geheel Europa gotisch geworden, van Sicilië tot Ierland, met slechts her en der wat romaanse restanten. Omstreeks 1450 begon het gebied waar de gotische stijl werd toegepast alweer te krimpen en omstreeks 1550 werd de gotische stijl niet meer toegepast.

De term "gotisch" sloeg in het begin alleen op de architectuur, en juist in die architectuur kan men de gotische stijl ook het gemakkelijkst karakteriseren. Pas in de laatste honderd jaar is men ook gaan spreken van gotische beeldhouw- en schilderkunst. Het begon dus met de architectuur en gedurende ongeveer een eeuw, van circa 1150 tot ongeveer 1250 na Chr., de eeuw van de bouw van de grote gotische kathedralen, behield de architectuur ook deze overheersende rol. De gotische beeldhouwkunst bereikte haar top tussen 1220 en 1420. De gotische schilderkunst bereikte in verschillende landen op verschillende tijden haar hoogtepunt. Terwijl de gotische schilderkunst in Italië bloeide tussen 1300 en 1350, werd het ten Noorden van de Alpen pas na 1400 dé leidende kunststijl. In Italië, met Florence voorop ontstaat na 1350 een geheel nieuwe kunststijl, die van de vroege renaissance, tegelijkertijd begint dan pas in Vlaanderen de laatgotische schilder-/beeldhouwkunst te bloeien. Slechts een korte periode - omstreeks 1400 - is overal in Europa een homogene 'internationale gotische stijl' ontstaan.

Gotische kathedralen

De gotiek moet worden beschouwd als de eerste vernieuwende stijl sinds de val van het Romeinse Rijk. Gotiek heeft door de grote regionale verschillen in de toepassing ervan slechts een beperkt aantal gemeenschappelijke kenmerken. Een essentieel kenmerk van gotische architectuur is de drang de hoogte in te willen bouwen en de behoefte om veel licht naar binnen te halen. De vensters van de kathedralen werden daarom groter en hoger dan die van haar voorganger in de architectuur, de romaanse bouwkunst. Bovendien werden aan de voorzijde van grote kerkgebouwen roosvensters toegevoegd. Omdat de kathedralen steeds hoger werden, leken ze ook smaller dan hun voorgangers. Kenmerkend voor de gotische architectuur zijn de veelvuldig geplaatste spitsbogen, de smalle hoge glasramen, roosvensters en baldakijnen. Door de enorme hoogte van de kerkgebouwen en de verzwakking van de muren door toepassing van grote ramen in combinatie met het gewicht van ingewikkeld gemetselde kruisribgewelven moest de buitenkant van de gebouwen verstevigd worden door steunberen. In Franse en Spaanse kerken werden bovendien luchtbogen toegepast, die een verbinding vormden tussen steunberen en buitenmuren. Men bouwde tijdens de Gotiek Pro Deo, dat wil zeggen ter ere van God, daarom zijn de namen van gotische architecten zelden bekend gebleven. De term gotiek komt van de Italiaanse schrijver en architect uit de renaissance Giorgio Vasari. Voor hem was de gotische kunst 'barbaars', kunst uit de 'donkere' middeleeuwen, waarin de esthetische principes van de klassieke oudheid geheel genegeerd leken te worden. Bovendien kunst, die door de Goten was uitgevonden, het volk dat Italië onder de voet had gelopen en een eind had gebracht aan het Romeinse rijk. De venijnig bedoelde afkeurende benaming van Vasari werd echter de naam van een belangrijk tijdperk uit de Europese kunstgeschiedenis.
 

Gotische schilderkunst

Gotische schilderkunst kan men buiten de kathedralen terugvinden in boekverluchting, in gobelins, glasschilderkunst, in paneelschilderkunst en in Italiaanse frescoschilderkunst. In de gotische schilderkunst veranderen de geschilderde achtergronden van evangelieverhalen, heiligenlevens en verhalen van het Oude testament. In het kunsttijdperk van voor de gotiek van romaanse miniaturen en Byzantijnse schilderkunst, werden deze verhalen geschilderd met op de achtergrond een tijdloze hemelse atmosfeer of een geheel gouden achtergrond.

Rogier van der Weyden, Aanbidding van de drie koningen (middenpaneel van het Driekoningen altaar), te zien in de Alte Pinakothek te München, geschilderd ca. 1435
Rogier van der Weyden, Aanbidding van de drie koningen (middenpaneel van het Driekoningen altaar), te zien in de Alte Pinakothek te München, geschilderd ca. 1435

De schilders van de gotiek plaatsen de personages en gebeurtenissen uit die verhalen voor het eerst in natuurlijke landschappen en interieurs, die ons nu iets kunnen vertellen over de wooncultuur van die tijd. Bovendien zijn de afgebeelde mensen voor het eerst echt, van vlees en bloed. Wij herkennen het verdriet en de vreugde per individu, terwijl afgebeelde mensfiguren duidelijk een eigen karakter en individuele gelaatstrekken vertonen. Ze hebben in gotische schilderijen en sculpturen bij voorkeur extreem langgerekte lichamen. Naast een gelovige verering, is het wezen van gotische schilderkunst het honderduit willen vertellen, het nadrukkelijk willen afbeelden van belangrijke details op het gebied van modieuze kleding, het landschap, het interieur, muziekinstrumenten, wapens, kerkelijke attributen en van architectuur, maar vooral ook de genoemde behoefte om de gemoedstoestand van afgebeelde personen te verbeelden. Belangrijke (laat-)gotische kunstschilders zijn de gebroeders van Eyck, De meester van Flémalle, Rogier van der Weyden en Matthias Grünewald. Zie van de laatste kunstenaar het beroemde middenpaneel van het Isenheimer altaar Christus aan het kruis uit1512-1516.