Memphis

door Steven Kolsteren
 
Deze constructie van ronde en rechthoekige zuilen, cilinder- en blokvormige platen en diverse bladen, is niet in één oogopslag te duiden. Is het een sculptuur of een meubel met diverse tafelbladen? De onderdelen, die schijnbaar willekeurig zijn opgestapeld, worden van elkaar onderscheiden door de kleuren en het materiaalgebruik. Felrood contrasteert met wit, zwart en bruin.

Ettore Sottsass jr., Tartar, consoletafels (lakverf, fineer, plastic laminaat, hout), 79,5 x 187 x 85 cm, collectie Groninger Museum. De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Ettore Sottsass jr., Tartar, consoletafels (lakverf, fineer, plastic laminaat, hout), 79,5 x 187 x 85 cm, collectie Groninger Museum. De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)

De bekleding verhult het materiaalgebruik: sommige vormen zijn bekleed met laminaat (geperste kunststof), andere met fineer met een houtstructuur of zijn glanzend geverfd met spuitlak. Dit object uit 1985, aangeduid als console en getiteld Tartar, kan worden beschouwd als één van de meest karakteristieke ontwerpen van de designgroep Memphis. Hun ontwerpen zijn vaak asymmetrisch van vorm, de onafzonderlijke delen worden van elkaar onderscheiden door felle kleurvlakken en het verschil tussen vals of echt is niet goed te maken: wat kostbaar natuursteen of marmer lijkt, kan gekleurd fineer zijn of laminaat zijn. Met schijnbaar dure kitschmaterialen of goedkope hoogwaardige stoffen wordt de kijker op het verkeerde been gezet. De aanstichter van dit designfenomeen is de ontwerper van deze console, Ettore Sottsass jr.

De oprichting van Memphis

De industrieel ontwerper Sottsass was een veelzijdig man, die zich liet inspireren door zulke uiteenlopende voorbeelden als ambachtslieden in India en de Amerikaanse pop art. Daardoor kwam hij als vanzelf al meer in de richting van de beeldende kunst. In de jaren zeventig raakte hij geboeid door de Amerikaanse Pattern & Decoration en vermengde hij oosterse filosofie met westerse technologie zoals quartzklokken, computergraphics en popvideo’s.
In 1981 verzamelde Sottsass in Milaan een aantal jonge ontwerpers op een avond bij zich thuis om te filosoferen over nieuwe stromingen. Zij zetten zich af tegen het functionalisme en modernisme, maar ook tegen het zogenaamde ‘radical design’ dat al in Italië bestond, waarin weliswaar veel gepraat werd maar geen objecten werden vervaardigd. Die avond werd de groep Memphis opgericht onder zijn bezielende leiding. In plaats van als een nieuwe mode of groepsprogramma, zag hij Memphis als een “genetische en spontane mutatie van de chromosomen van internationaal design”.

Humor en ironie

De nieuwe mentaliteit van deze internationale stijl, zoals hij het noemde, gaf hij zelf vorm in bijvoorbeeld het dressoir Beverly (links) en de ruimteverdeler Carlton (hieronder), beide uit 1981. Beverly bestaat uit hout, met fineer en laminaat, maar ook uit een kale stang met gloeilamp. Het laminaat toont krioelende chromosomen of bacteriën. Carlton heeft diverse pastelkleuren en decoratief laminaat gebruikt, zoals een groene ‘slangenhuid’. De steunen voor boeken staan schuin, omdat boeken in een rechte boekenkast ook altijd omvallen als de plank niet geheel gevuld is. Dit is geen functionalisme van Sottsass, maar humor.
Humor en ironie spelen een belangrijke rol in de ontwerpen van het in Milaan gevestigde designcollectief Memphis. Naast de vaste kern van designers nodigde Memphis elk jaar een aantal bekende architecten en talentvolle jongeren uit om een bijdrage te leveren.

Ettore Sottsass jr., Carlton, kastmeubilair (laminaat), 196 x 190 x 40 cm, collectie Groninger Museum. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Ettore Sottsass jr., Carlton, kastmeubilair (laminaat), 196 x 190 x 40 cm, collectie Groninger Museum. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Martine Bedin, Super, lamp (lakverf, fiberglas, metaal, kunststof, gemengde media), collectie Groninger Museum. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Martine Bedin, Super, lamp (lakverf, fiberglas, metaal, kunststof, gemengde media), collectie Groninger Museum. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)

Met een uitgekiende marketingstrategie werden de jaarlijkse edities internationaal bekend gemaakt. In principe zijn de ontwerpen ongelimiteerd, hoewel er in het begin een genummerde oplage bestond, naast proefmodellen met variaties. Maar de oplage van elk voorwerp verschilde sterk. In totaal bracht de groep tot de opheffing in 1987 ongeveer 150 objecten uit in catalogi, waarvan vele nog steeds besteld kunnen worden.
Ze zijn nadrukkelijk bedoeld om in particuliere interieurs een plaats te krijgen en daar als decorstukken allerlei associaties op te roepen. Hun poëtische uitstraling, de heldere kleuren, de speelse vormen en decoraties, en de fantasievolle namen suggereren dat ze geen vaste plek en functie hebben, maar bedoeld zijn om naar te kijken net zoals naar een kunstwerk.
Memphis vervaardigde niet alleen meubels, maar ook lampen, keramiek, glas en gebruiksvoorwerpen. Inspiratie uit speelgoed was even aanvaardbaar als uit de kunst- of cultuurgeschiedenis, zoals de Art Deco of, wat betreft kleuren, De Stijl en de Amerikaanse hard edge painting. De helblauwe tafel- of vloerlamp Super (rechts) van de Française Martine Bedin doet denken een stekelvarkentje op wieltjes, waarbij de stekels worden gevormd door zes fittingen in diverse kleuren. Directeur Frans Haks van het Groninger Museum adopteerde de naam super later in zijn concept ‘Super & Popular’: iets wat heel populair is, is niet per definitie slecht, maar kan juist geliefd zijn omdat het een ‘superkwaliteit’ bezit.

Samenwerking tussen designers en architecten

Het idee voor Tea & Coffee Piazza ontstond in 1979, toen Alberto Alessi en architect Alessandro Mendini een plan voor vernieuwing van de Alessi-producten bedachten. Alessi produceerde succesvol huis- en keukenproducten, en had daarnaast een niet goed lopende lijn met meer artistieke producten in beperkte oplage. Mendini stelde voor om kunstwerken een functionele vorm te geven als bijvoorbeeld een koffie- en theeservies.
Het ontwikkelen van Tea & Coffee Piazza en de uitgebreide aandacht hiervoor in publicaties in het begin van de jaren tachtig, zorgde ervoor dat Alessi nog bewuster ging samenwerken met designers en architecten. Philippe Starck leverde hem op verzoek een ontwerp voor een citruspers, Juicy Salif (1988). Deze pers oogt als een sculptuur of een science fiction-achtige spin op drie ranke, geknikte poten. Het object blijkt ook zeer bruikbaar; een glas kan tussen de drie poten staan en op de kop, het persgedeelte, past precies een doorgesneden citrusvrucht. Dit was het eerste Alessi-product met een dubbele functie: naast gebruik in de keuken is het ook een kunstvoorwerp in de huiskamer. Naar aanleiding van deze citruspers ontwikkelde Alessi de voorwaarde dat een Alessi-product naast functioneel, ook zo aangenaam mogelijk moest zijn, prikkelend voor de zintuigen, zodat de koper het niet alleen wil gebruiken maar overal wil neerzetten. Het geeft daarmee de bezitter een bepaalde status; designliefhebbers schaffen het namelijk niet alleen voor gebruik aan.

Michael Graves, Five o’clock Teakettle, 1985, collectie Groninger Museum. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Michael Graves, Five o’clock Teakettle, 1985, collectie Groninger Museum. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)

Alessi noemt zijn productieproces ‘de Droomfabriek’. Hij ging nauw samenwerken met ontwerpers die hem die dromen konden leveren. Zo werd met de Amerikaanse architect Michael Graves uit diens Tea & Coffee Piazza een uitgebreide reeks ontwikkeld. De vader van deze reeks was een fluitketel in roestvrij staal, met blauwe kunststof knop en een rood kunststof vogeltje op de tuit, genaamd Five o’clock Teakettle (1985, afbeelding hierboven). Deze leidde tot een zeer grote Graves Family in de loop van de jaren negentig. Graves was zo enthousiast over de samenwerking dat hij de helft van zijn tijd ging besteden aan het ontwerpen van gebruiksvoorwerpen; behalve voor Alessi ging hij ook voor de Disney Company werken.

In Nederland beschikt het Groninger Museum over een uitgebreide collectie van Memphis design en tevens bezit het van Ettore Sottsass Jr. een monumentaal paviljoen uit 1984 bezit. Aan de buitenzijde heeft deze bijzondere installatie de vorm en kleur van een chocoladetoetje, in drie lagen, compleet met een dun topje slagroom. In het midden bevinden zich twee tegenover elkaar liggende toegangspoorten, die hoger zijn dan het gebouwtje zelf. Aan de binnenkant is het paviljoen bekleed met laminaat in diverse motieven. De inrichting is asymmetrisch. Er is een reeks van negen monitoren aanwezig, die het doel van dit paviljoen verraden: het bekijken van een videoprogramma. Het geheel is door de humor, het kleur- en materiaalgebruik sterk verwant met de gelijktijdige Memphis-ontwerpen en houdt het midden tussen een gebruiksvoorwerp en architectuur.