Body art

Theatrale zelfverminking, serieus protest & ironische humor

Van onze redactie
 

Alles kan als kunstwerk worden ingezet, beweerde dadakunstenaar Marcel Duchamp al. Zelfs het lichaam zou een kunstwerk kunnen zijn. In de vroege jaren zestig gebruikte een andere kunstenaar, de 'nouveau réalist' Yves Klein, vrouwenlichamen om verf mee af te drukken voor zijn Antropometrieën. En Piero Manzoni, een kunstenaar van de conceptuele kunst, signeerde een aantal mensen met een viltstift op hun lichaam, waardoor 'levende beeldhouwwerken' tot stand kwamen. Deze kunstenaars kunnen gezien worden als de voorlopers van body art.

Chris Burden, Trans-fixed, 23 april 1974
Chris Burden, Trans-fixed, 23 april 1974

De kunstenaars van de body art van de late jaren zestig en zeventig gebruiken het lichaam als materiaal en als onderwerp van hun kunst. Meestal zet de kunstenaar daarbij zijn eigen lichaam in. Met het lichaam hebben deze kunstenaars een middel in handen met grote zeggingskracht, dat geschikt is om existentiële thema’s aan de orde te brengen. Thema’s die vragen stellen met betrekking tot het menselijk bestaan, het leven en de dood. De beweegredenen achter de veelal controversiële kunstwerken zijn uiteenlopend. Een aantal kunstenaars reageert op de sociale en politieke opvattingen van hun tijd. Anderen spelen in op de plaats die de kunst inneemt in het dagelijks leven en in de sociale context. Zij roepen met hun werk vragen op over wat kunst is, en wie dit bepaalt. Zo transformeerde het Britse kunstenaarsduo Gilbert en George zichzelf tot levende sculpturen in hun Singing Sculptures (1972). Met licht ironische ondertoon gaven ze zo hun visie op de kunstwereld weer. Een aantal body art kunstenaars exploreert op narcistische wijze de eigen (lichamelijke) identiteit, of doorbreekt taboes door middel van performances. Zoals Tapp und Tastkino (1968) van de feministische kunstenares Valie Export, die via deze performance het taboe van seksualiteit in de openbare ruimte op ludieke wijze aan de kaak stelde.
 

Verwantschap met performance kunst

Veel kunstwerken, die tot body art worden gerekend, worden in de vorm van een performance uitgevoerd. Het publiek kan een passieve rol spelen, zoals toeschouwers in het traditionele theater. In andere performances wordt juist de actieve deelname van het publiek gevraagd. Daarnaast gebeurt het ook dat de kunstenaar zijn actie eerst registreert, bijvoorbeeld met behulp van fotografie, video of film. Met behulp van deze media wordt het kunstwerk dan aan het publiek getoond. De vaak exhibitionistische uiting van body art, dwingt de beschouwer in een voyeuristische positie.
Ook conceptuele kunst en minimal art zijn belangrijk als vertrekpunt voor body art. Conceptuele en minimalistische kunstwerken werden namelijk door sommige kunstenaars als te onpersoonlijk bevonden. De Amerikaanse kunstenaar Vito Acconci vond bijvoorbeeld dat de lichamelijke aanwezigheid van de maker in dergelijke kunstwerken ontbrak, en wilde dit met zijn performances en body art doorbreken. Daarnaast namen body art kunstenaars ook ideeën over van conceptuele kunst en minimal art, en ontwikkelden deze verder met hun lichaamskunst.
 

Hedendaagse technologie doet zijn intrede in body art

Het eind van de jaren zestig en zeventig wordt bepaald door protestbewegingen. Een voorbeeld daarvan zijn de demonstraties tegen de Vietnamoorlog. Het Watergateschandaal is sfeerbepalend in de Amerikaanse media. Amerikaanse kunstenaars als Acconci, Chris Burden en Dennis Oppenheim verkennen bij wijze van commentaar hun pijngrenzen en hun uithoudingsvermogen in enkele sadomasochistisch aandoende werken. Zo bijt Acconci zichzelf in zijn been en laat Chris Burden zich in zijn arm schieten. Voor zijn werk Trans-fixed uit 1974 liet Burden zich kruisigen op de achterkant van een Volkswagen Kever. Vervolgens werd de garagedeur geopend en rolde de Kever naar buiten. Gedurende twee minuten draaide de motor, om daarna terug te rollen in de garage, waarop de deur zich weer sloot. Deze opeenvolgende handelingen hebben het karakter van een ritueel, een belangrijk kenmerk van body art. Dergelijke ritualistische vormen die meestal gepaard gaan met zelfverminking, zien we ook terug in de Europese kunst, bij de Britse Stuart Brisley, de Servische kunstenares Marina Abramovic, de Australische Rudolf Schwarzkogler en de Italiaanse Gina Pane.
Ook na de jaren zeventig zijn er kunstenaars die bezig zijn met body art, of kunstvormen, die hieraan verwant zijn. Zo maakte de Britse kunstenaar Marc Quinn in 1991 een serie zelfportretten. Deze zijn getiteld 'Self'. Het zijn afgietsels van zijn hoofd, gegoten van zijn eigen bloed. En in 1994 presenteerde de Palestijnse kunstenares Mona Hatoum Corps étrange, een video-opname van een reis door haar eigen lichaam. Bij deze recentere kunstwerken passen kunstenaars nieuwe technologieën toe, waardoor het spectrum van de kunstvorm body art enigszins weer iets opgerekt is.