Kees van Dongen (1877-1968)

Een flamboyante Nederlander te Parijs

Van onze redactie
 
Kees van Dongen is geboren in 1877 in Delfshaven, in een voor zijn tijd relatief klein gezin van maar vier kinderen. Zijn vader was eigenaar van twee mouterijen, bedrijven die het benodigde mout aanleveren voor het brouwen van bier. De jonge Van Dongen krijgt volledige vrijheid van zijn ouders om zijn roeping als kunstschilder te volgen.

Kees van Dongen, In het Plaza (Vrouw aan de balustrade), 1911, olieverf op doek, 83 x 101 cm. Museum de l'Annociade, Saint Tropez
Kees van Dongen, In het Plaza (Vrouw aan de balustrade), 1911, olieverf op doek, 83 x 101 cm. Museum de l'Annociade, Saint Tropez

Na het gymnasium volgt hij de opleiding tot technisch tekenaar aan de kunstnijverheidsschool te Rotterdam onder leiding van Jan Striening en beroepskunstenaar Heyberg. Gedurende zijn gehele carrière voelt hij grote bewondering voor Frans Hals en Rembrandt, die in hun losse penseelvoering hun tijd ver vooruit waren. Ook van de zogenaamde ‘Generatie van 1880’, bestaande uit schilders als Isaac Israëls en George Hendrik Breitner neemt hij de schildertechniek van het grotere gebaar over. Deze schilderwijze ontwikkelt hij in zijn eigen carrière richting het expressionisme. Terwijl de techniek van de genoemde kunstenaars uit Den Haag hem aansprak in het begin van zijn ontwikkeling, verkoos hij als thema het rauwe dagelijkse leven in Rotterdam. De niet zo alledaagse taferelen van de rosse buurt passen bij een directe en rake manier van schilderen.
 

Parijs en het Fauvisme

In 1897 breekt hij de studie af om zich voor een paar maanden in Montmartre, Parijs te vestigen. Twee jaar later besluit hij voorgoed in Parijs te blijven, waar hij al na vijf jaar bekendheid geniet binnen de avant-garde van de kunstwereld. Tot die tijd bedruipt hij zich financieel met verscheidene baantjes, onder andere als karikaturist voor verschillende kranten. In 1906 sluit hij zich aan bij de fauvisten, waardoor hij de toonaangevende kunstenaar Henri Matisse leert kennen. De decoratieve elementen, die de achtergrond van zijn schilderijen domineren, tonen diens zichtbare invloed op Van Dongen. In 1907 wordt hij door de Duitse expressionistische groep Die Brücke uitgenodigd als lid. Niet lang daarna maakte hij kennis met Picasso en Juan Gris, die net als hij werkte in het ateliercomplex Bateau Lavoir aan de Rue Ravignan te Parijs. Een ateliercomplex waar ook avant-gardistische grootheden als Amedeo Modigliani, Guillaume Apollinaire en Georges Braque werkzaam waren.
 

Van Dongen, portrettist van vrouwen

De stijl, waarin Van Dongen schildert, voor de Eerste Wereldoorlog, valt op door het expressieve kleurgebruik en de felle kleurcontrasten, waarbij briljante kleuren temperamentvol op het doek worden gezet. Van Dongen schilderde vooral graag vrouwen, zie de afbeelding In het Plaza (Vrouw aan de balustrade) uit 1911. Vlak voor de Eerste Wereldoorlog versobert echter zijn heldere kleurgebruik. Na de Eerste Wereldoorlog wordt Van Dongen vooral bekend vanwege zijn portretten van vooraanstaande, meestal vrouwelijke personen. Hoewel Van Dongen lang gewoond en gewerkt heeft in Parijs, heeft hij ook in Nederland belangrijke tentoonstellingen gehad, zoals in het Stedelijk Museum van Amsterdam in 1927. In datzelfde jaar verschijnt een biografisch werk van zijn hand over Rembrandt. In 1931 volgt een grote tentoonstelling bij kunsthandel Frans Buffa in Amsterdam. Daarna volgen solo tentoonstellingen in onder meer New York, London, Bordeaux en Brussel. In 1967 valt hem de eer te beurt, dat een retrospectieve tentoonstelling wordt gehouden in het Musée National Moderne te Parijs, die vervolgens in december van dat jaar te zien is in Museum Boijmans-Van Beuningen te Rotterdam. Nadat hij verschillende keren is opgenomen in het ziekenhuis, sterft Van Dongen in 1968 in zijn woning te Monaco.