Hockney (1937)

'Pop art for ever'

Van onze redactie
 
Kunstenaar David Hockney (1937) wordt doorgaans in één adem genoemd met de Britse pop art. Dit is grotendeels te verklaren aan de hand van zijn schilderstijl, zijn omgeving en leefwijze in de jaren zestig. Het ontstaan van pop art, viel samen met de beginperiode van zijn kunstenaarschap.

Hockney is als student al succesvol aan de Royal College of Art in Londen, waar hij van 1959 tot 1962 studeert. Aan het Royal College raakt hij bevriend met de vijf jaar oudere Amerikaanse kunstenaar Ronald B. Kitaj, die hij in hoge mate bewondert. Kitaj heeft in die tijd dan ook een grote invloed op het werk van Hockney. Samen met Kitaj en andere studiegenoten exposeert hij op de jaarlijkse ‘Young Contemporaries’ tentoonstelling. De tekeningen die Hockney daar presenteert doen sterk denken aan het krasserige, grafische, werk van Jean Dubuffet. De kunstenaars op deze tentoonstelling worden geschaard onder de tweede generatie van de Britse popkunstenaars.
 

David Hockney, A Bigger Splash, 1967, acrylverf op doek, 244 x 244 cm
David Hockney, A Bigger Splash, 1967, acrylverf op doek, 244 x 244 cm

Tot de eerste generatie behoort Richard Hamilton, die de toon zette voor de pop art met zijn beroemde collage uit 1956 Just What Is It That Makes Today’s Homes So Different, So Appealing? Het werk is gemaakt van knipsels uit advertenties uit Amerikaanse tijdschriften. David Hockney echter heeft de toeschrijving van pop art-kunstenaar altijd resoluut afgewezen. Maar toen hij in de media verscheen met gebleekt haar, een zware uilenbril en gestoken was in een gouden jack, werd het beeld van de popartiest juist bevestigd. Het gebeurt veel vaker, dat een kunstenaar zich nadrukkelijk verzet tegen het benauwende hokje van een stijl of stroming, waarin hij door buitenstaanders wordt geplaatst. Veel kunstenaars van Cobra bijvoorbeeld, zagen de Cobratijd als een relatief korte - weliswaar belangrijke - periode uit hun carrière, maar toch worden zij voor eeuwig gerekend tot de Cobrabeweging. Zo ook Hockney, die nog altijd wordt beschouwd als pop art kunstenaar, ook al maakt hij nu compleet andere dingen dan in de jaren zestig.

Schilderijen van mensen & Schilderijen die van mensfiguren zijn ontdaan

De weg naar de moderne schilderkunst was voor Hockney in eerste instantie nog niet zo vanzelfsprekend. Zijn eerste opleiding, in zijn geboorteplaats aan de Bradford School of Art, was een zeer ambachtelijke opleiding. Deze was uitsluitend gericht op het traditionele schilderen naar de waarneming. Pas na deze opleiding maakt hij kennis met modernere schilderkunst. Dit gebeurt wanneer hij een tentoonstelling van het werk van Alan Davie ziet. Hij wordt geraakt door de abstracte elementen in de schilderijen van Davie. Dan realiseert hij zich, dat de wereld van de schilderkunst verder reikt dan wat hij tot dan toe in Bradford heeft leren kennen. Davie en andere Britse abstracte kunstenaars van de jaren vijftig voeden zijn ambitie om de moderne kunst te verkennen. Toch zal de liefde voor het schilderen naar de waarneming steeds belangrijk voor hem blijven. 

Gedurende zijn gehele carrière valt op, dat hij portretten blijft maken van mensen, vooral de personen uit zijn naaste omgeving. In zijn portretten weet de kunstenaar de persoonlijkheid van de geportretteerde op overtuigende wijze te treffen. Maar hij schildert ook stillevens en scènes die juist van menselijke figuren zijn ontdaan. Deze situaties verwijzen echter wel naar menselijke aanwezigheid. Dit is ook te zien in het werk A Bigger Splash (zie afbeelding). De lege stoel, de duikplank voor de plek waar de plons zich voordoet, er mag geen misverstand over bestaan dat hier een persoon in het water is gesprongen, al is deze voor de kijker niet zichtbaar. De naïef ogende palmbomen op de achtergrond zijn typerend voor Hockney’s gevoel voor ironie. Het zwembad en het weergeven van water is tevens een terugkerend thema in het oeuvre van de kunstenaar.
Hockney’s carrière is opmerkelijk door de voortdurende verandering in materiaalgebruik, technieken en stijlen. Zo werkt hij met de traditionele technieken van olieverf en acrylverf op doek en maakt hij tevens grafiekbladen. De druktechniek, die Hockney bij voorkeur toepast, is de etstechniek. Een tekening bijt door de werking van zuur in op een koperen of zinken plaat, die vervolgens met inkt op vochtig papier wordt afgedrukt. Daarnaast ontwerpt hij ook een aanzienlijke hoeveelheid decorstukken voor theater en opera. Later maakt hij collages met polaroidfoto’s, werkt hij met vierkleurendrukken, een techniek waarbij in vier gangen een kleur wordt toegevoegd, hij maakt computergrafiek, faxtekeningen, en tot zijn nieuwste werk behoren videokunstwerken en zelfs iPadschilderijen. David Hockney is wereldwijd een gevierd kunstenaar en tegenwoordig al ver in de 70, maar hij is ook nog altijd een actieve en geïnspireerde kunstenaar, die kans ziet om mee te gaan met zijn tijd.