Nicolas Poussin (1594-1665)

Van onze redactie

De Franse kunstenaar en kunsttheoreticus Nicolas Poussin behoort tot de belangrijkste kunstschilders van zijn tijd, die een eigen stijl ontwikkelde, welke beschouwd wordt als een classicistische variatie van de barok. Hij beschikte daartoe over grondige kennis van literatuur, filosofie, en van de kunst van de renaissance en de klassieke oudheid.

Nicolas Poussin, De dood van Germanicus, 1626-28, olieverf op doek, 148 x 198 cm, Minneapolis Institute of Arts, Minneapolis, Minnesota, USA
Nicolas Poussin, De dood van Germanicus, 1626-28, olieverf op doek, 148 x 198 cm, Minneapolis Institute of Arts, Minneapolis, Minnesota, USA

Er is slechts weinig exact bekend over zijn opleiding, maar wel weet men, dat hij via de Italiaanse dichter Giovanni Battista Marino in 1624 in Rome in contact komt met welgestelde invloedrijke personen. Net als de kunstenaar Claude Lorrain vestigt Poussin zich in de Italiaanse hoofdstad en cultuurstad, welke grote aantrekkingskracht uitoefende op verschillende belangrijke kunstenaars uit het tijdperk van de barok, bijvoorbeeld ook op de Spaanse meester Diego Velázquez, die hij daar ook persoonlijk leert kennen. Poussin schildert in opdracht van kardinaal Francesco Barberini De dood van Germanicus omstreeks 1626-28 (zie afbeelding). Voor de Siciliaanse edelman Fabrizio Valguarnera schildert hij in 1631 Het rijk van Flora, dat zich tegenwoordig bevindt in de Gemäldegalerie Alte Meister van de Staatliche Kunstsammlungen te Dresden. Dit doek weerspiegelt de liefde van Poussin voor de klassieke oudheid. In Rome bestudeert hij uitgebreid de Romeinse klassieke beeldhouwkunst, architectuur en literatuur. Op basis daarvan vormt hij zich een idealistisch beeld van de geschiedenis en de klassieke mythologie, dat vervolgens ten grondslag ligt aan de meeste onderwerpen van zijn werken. Hij baseert zich daarbij onder meer op verhalen van Ovidius, Torquato Tasso en de geschriften van Philostratos. Met betrekking tot de vormgeving laat hij zich niet alleen beïnvloeden door de vormentaal van de klassieke oudheid en de schilderkunst van de Italiaanse renaissance, maar ook door het werk van in Rome werkzame kunstschilders als Domenichino, Andrea Sacchi, en Annibale en Lodovico Carracci. Samen met de bevriende kunstenaar Francois Duquesnoy bestudeert Poussin de Bacchanalen van Titiaan in de Villa Ludovisi. De vernieuwende schilderstijl van zijn Italiaanse tijdgenoot Caravaggio, waarin het licht-donkercontrast een extreme vorm aannam, heeft echter geen invloed op de stijl van Poussin. In het vroege werk, dat Poussin in Rome maakt zijn in de composities en de wijze van groepering van mensfiguren duidelijk hellenistische en Romeinse reliëfs en friezen te herkennen. De afzonderlijke figuren lijken in hun actie bevroren te zijn. Figuurgroepen worden bovendien door hem bij voorkeur geplaatst in een ondiep architectonisch decor, zoals ook te zien is in De dood van Germanicus. Volgens de kunstenaar waren dit nauwkeurige reconstructies van Romeinse bouwkunst. Later krijgt zijn werk meer ruimtelijkheid en geïdealiseerde landschappelijke elementen, met een ondersteunende symbolische functie, krijgen een steeds belangrijke plaats in zijn schilderijen. Een groot aantal van zijn werken heeft een ernstige filosofische betekenis en van zijn tijdgenoten kreeg hij dan ook de bijnaam 'peintre philosophe'. De handelingen van de door hem afgebeelde figuren werden op een logische en geordende manier afgebeeld. Elke figuur moest afgebeeld worden met de essentiële emotie op het gezicht, welke vooral het grote geheel van de compositie en de vertelling diende te ondersteunen. Omstreeks 1640 keert hij nog voor korte tijd naar Frankrijk terug. Hij schildert doeken in opdracht van kardinaal Richelieu en enkele doeken in opdracht van koning Lodewijk XIII voor het Louvre. Maar in 1642 keert hij definitief naar Rome terug, om daar tot zijn dood in 1665 te blijven werken.
Poussin heeft grote invloed gehad op de schilderkunst, in de eerste plaats vanwege zijn geschilderde oeuvre, maar ook vanwege zijn kunsttheoretische geschriften. Nog tijdens zijn leven werd hij door sommigen, de zogenaamde 'poussinistes' - met als hun belangrijkste woordvoerder Charles Le Brun - beschouwd als de grootste kunstschilder van zijn tijd. Anderen, de zogenaamde rubenistes, beschouwden echter Rubens als hun grote voorbeeld. Eenvoudig gesteld komt her er op neer dat in het werk van Poussin compositorische ordening, lineaire scherpte van de vorm het belangrijkste zijn, terwijl in dat van Rubens verfbehandeling en het gebruik van kleur domineren. Aan het begin van de negentiende eeuw wordt Poussin opnieuw door de grote kunstenaars van het neoclassicisme zoals Jacques-Louis David en Ingres op handen gedragen.