Giovanni Paolo Lomazzo (1538-1592)

Sander Kletter
  

Giovanni Paolo Lomazzo is een kunstschilder, theoreticus en kunstcriticus uit de periode van het Italiaanse maniërisme, die woonde en werkte in Milaan. Hij is vooral bekend vanwege twee publicaties over schilderkunst, die samen een compleet theoretisch en praktisch handboek voor de kunstenaar moesten vormen.

Giovanni Paolo Lomazzo, Zelfportret, 1557-59, olieverf op papier op eikenhouten paneel, diameter 39 cm, Kunsthistorisches Museum, Wenen
Giovanni Paolo Lomazzo, Zelfportret, 1557-59, olieverf op papier op eikenhouten paneel, diameter 39 cm, Kunsthistorisches Museum, Wenen

Als kunstenaar werd hij opgeleid door Gaudenzio Ferrari (1470-1546). Aanvankelijk ging het de jonge kunstschilder voor de wind. Hij kreeg pdrachten voor fresco's en altaarstukken, grotendeels via Giuliano Goselini (1525-1587), die als secretaris werkzaam was voor verschillende elkaar opvolgende hertogen van Milaan. In 1562 maakt de jonge kunstenaar een reis door verschillende landen om kunst te bestuderen. Lomazzo werd echter geteisterd door een ziekte, die hem langzaam blind maakte. Zijn belangrijkste kunstwerken realiseerde hij vlak voordat hij niets meer kon zien in de San Marco basiliek van Milaan. Hij voorzag de Foppa kapel van deze kerk onder meer van het enorme wandfresco Petrus en de val van Simon de tovenaar (1571) en het plafondfresco Gloria Angelica (1570-71). In 1571 was hij volkomen blind.
 
Nadat hij blind was geworden, legde hij zich toe op zijn publicaties. Zijn eerste boek publiceerde hij in 1584, getiteld Trattato dell'arte della pittura. Het was bedoeld als een praktisch handboek en geïllustreerd naslagwerk voor kunstschilders. In 1590 volgde zijn tweede boek Idea del tempio della pittura, dat een meer theoretisch filosofische benadering van het kunstenaarschap behelsde. Oorspronkelijk waren de beide boeken als een uitgave bedoeld. Maar de uitgever van Lomazzo vond het veel te omvangrijk, waarop Lomazzo besloot meer theoretisch inleidende gedeeltes te scheiden van praktische informatie. Dit pakte niet goed uit. Inleidingen, die het praktijkgedeelte verrijkten en verhelderden, bleven in de eerste publicatie achterwege. In de zes jaar, die tussen de twee publicaties in lag, bracht Lomazzo bovendien ingrijpende veranderingen en toevoegingen aan op de inhoud van het theoretische deel, zodat de aansluiting tussen beide publicaties ondoorzichtig werd. Lomazzo behandelde de voor hem wezenlijke aspecten van schilderkunst bij zijn tweede boek gedeeltelijk in een aangepaste volgorde. En er zijn meer aanpassingen, die het inzicht in het verband tussen beide publicaties bemoeilijkt. De moeilijke toegankelijkheid en ogenschijnlijke chaos van het totale manuscript, dat mede het gevolg is van het kunstmatig splitsen van de inhoud, wordt uitvoerig behandeld in het proefschrift The Structure of Lomazzo's Treatise on Painting door Gerald M. Ackerman (Princeton University, 1964).
Ondanks de problematiek met leesbaarheid vormen de publicaties van Lomazzo al eeuwenlang een basis voor kunsttheorie. In 1598 verscheen er een gedeeltelijke vertaling van het traktaat in het Engels en in 1649 werd hetzelfde boek volledig in het Frans vertaald. Lomazzo wordt nog altijd geciteerd door kunsthistorici in publicaties over de kunst van de renaissance en het maniërisme. De laatste jaren zijn de geschriften van Lomazzo opnieuw ingrijpend onder de loep genomen. In 2013 is er een Engelse vertaling met uitleg verschenen, getiteld Idea of the temple of painting, geschreven door dr. Jean Julia Chai. In 2016 is een proefschrift gepubliceerd over het eerste boek, dat specifiek ingaat op kleur, perspectief en anatomie door Barbara Tramelli.
 
In zijn publicaties, waarin de invloed van het neoplatonisme van de humanistische ilosoof Marcello Ficino (1433-1499) doorklinkt, behandelt Lomazzo zeven aspecten, die hij van wezenlijk belang achtte voor goed kunstenaarschap. Zijn traktaat bevat hoofdstukken over verhouding (proportione), emotie en beweging (moto humano en moto), kleur (colore), licht (lumi), perspectief (Prospettiva), compositie (compositione) en vorm (forma). De inhoud van de hoofdstukken is breed en veelzijdig, het gaat van het geven van eenvoudige aanwijzingen tot praktische recepten om kleur te mengen tot het aanbieden van een geïllustreerde anatomie van mens en dier. Belangrijk voor Lomazzo is het gegeven dat een kunstenaar tot authentieke expressie kan komen door het op persoonlijke wijze inzetten van de zeven aspecten van de schilderkunst. Vooral vorm en compositie zouden de stijl van een kunstenaar een beslissend gezicht geven. Een kunstenaar dient een eigen manier te vinden, een eigen stijl te ontwikkelen. Daarom wordt het gepubliceerde werk van Lomazzo wel beschouwd als 'de Bijbel van het Italiaanse maniërisme.'
In Idea del tempio della pittura verdedigt Lomazzo de stelling dat schilderkunst op hetzelfde voetstuk zou moeten worden geplaatst als poëzie, muziek, retorica en filosofie. Hij geeft aan, dat een kunstenaar voor alles een idee ontwikkelt in zijn hoofd om pas daarna over te gaan tot de uitvoering, die gebaseerd is op de (basis)vaardigheden, die hij bespreekt in het traktaat. Dit is een van de meest vooruitstrevende en originele opvattingen in het geschreven oeuvre van Lomazzo, waarmee hij en passant de eeuwenlange gang van zaken in de beroepspraktijk van kunstenaars voorspelde. Hij benadrukt dat het kunstenaarschap meer een intellectuele kwestie is, dan een fysieke vaardigheid. Schilderkunst onderscheidt zich daarom van andere ambachten (zoals het bakken van brood of het metselen van een muur). Maar Lomazzo gaat verder n het tweede boek. Hij koppelt geschriften over het magische uit de occulte filosofie van Heinrich Cornelius Agrippa van Nettesheim (1486-1535) aan vier te onderscheiden temperamenten. Deze vier zouden psychologisch inzicht moeten bieden aan een kunstenaar bij de afbeelding van personen. De zeven aspecten uit zijn praktische traktaat koppelt hij elk aan een planeet en aan een kunstenaar, onder invloed van de inzichten uit zijn tijd in astrologie.
 
Omdat Lomazzo in zijn geschriften veelvuldig verwijst naar kunstenaars uit zijn tijd wordt hij wel beschouwd als een van de eerste kunsthistorici uit de geschiedenis, nog voordat de wetenschap daadwerkelijk bestond. Omdat hij bovendien niet schuwt om zijn mening te geven over de kwaliteit van kunst, kan hij ook worden gezien als een van de eerste kunstcritici. Kunstenaars, die hij beschouwde als de beste, waren in willekeurige volgorde Michelangelo, Leonardo da Vinci, Rafaël, Andrea Mantegna, Titiaan, Polidoro da Caravaggio (1492-1543) en zijn leermeester Gaudenzio Ferrari. Hij schreef daarnaast lovend over de portretkunst van zijn tijdgenote Sofonisba Anguissola (1532-1625).


Bronnen, onder meer:
- Giovanni Mazzaferro, review Barbara Tramelli, Giovanni Paolo Lomazzo’s Trattato dell’Arte della Pittura. Color, Perspective and Anatomy, Letteratura artistica, 16 december 2016
- Barbara Tramelli, Giovan Paolo Lomazzo: Idea of the Temple of Painting, ART HIST, network for Art History, 19 december 2013
- Gerald M. Ackerman, 'Lomazzo's Treatise on Painting', The Art Bulletin, vol. 49, nr 4 (december 1967), pp. 317-326
- Helen & Christopher Frayling, The Art Pack, Londen, 1972
- Lomazzo, Giovanni Paolo op Dictionairy of Art Historians.org
 

KUNSTWERKEN GIOVANNI LOMAZZO