Het Groninger Museum - Alessandro Mendini

door Steven Kolsteren

Het museumgebouw is als totaalkunstwerk een hoogtepunt in de collectie van het Groninger Museum. Het is de volmaakte verbeelding van de uitgangspunten van de supervisor en bedenker Alessandro Mendini.

Het Groninger Museum, foto: Marten de Leeuw (2008). (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Het Groninger Museum, foto: Marten de Leeuw (2008). (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)

Het gebouw ligt pal voor het Centraal Station van Groningen, in een verbreding van het Verbindingskanaal. Het bestaat uit drie bouwvolumes die met elkaar zijn verbonden door ovale piazza’s en door middel van een fiets- en wandelweg met ophaalbrug. In vorm- en kleurgebruik wijkt het sterk af van de stedelijke omgeving. Met de goudkleurige toren -  oorspronkelijk bedoeld als depot en daardoor ook wel schatkamer genoemd - als blikvanger in het midden, wordt de suggestie gewekt van zowel een postmoderne kathedraal als een kunstzinnig schip dat in de stad ligt aangemeerd.
Het centrale deel, met een ingangspartij, transportruimte en café-restaurant, heeft de kleuren zachtroze en groen en is van

Luchtfoto van het Groninger Museum (De afbeelding is ter beschikkingg esteld door het Groninger Museum).
Luchtfoto van het Groninger Museum (De afbeelding is ter beschikkingg esteld door het Groninger Museum).

de hand van Mendini zelf. Het trapeziumvormig bakstenen paviljoen is ontworpen door gastarchitect Michele de Lucchi en verwijst naar de zeventiende-eeuwse fortificaties van de stad, compleet met openingen die schietgaten suggereren. Dit paviljoen was oorspronkelijk bestemd om de archeologie en geschiedenis van Groningen te tonen. Twee leeuwen afkomstig uit de omgeving verwijzen hier nog steeds naar. Op het fort staat een cirkelvormig paviljoen, bekleed met aluminium en met een ster op het dak, die alleen vanuit de lucht te zien is. Dit gedeelte is een ontwerp van gastarchitect Philippe Starck en bestemd voor kunstnijverheid, met name de grote collectie Aziatisch porselein.
Aan de andere zijde van het centrale gedeelte bevinden zich drie verdiepingen, waarvan de onderste twee samen het Mendini-paviljoen vormen. Aan de buitenkant verwijzen platen met het Proustmotief naar hun functie: presenteren van oude en moderne beeldende kunst. Het bovenste gedeelte wijkt sterk af met grillige vormen, metaal en veel glas. Dit deconstructivistische paviljoen is ontworpen door het bureau Coop Himmelb(l)au, onder leiding van de Oostenrijker Wolf Prix, waarin de heldere regels van het constructivisme vervangen zijn door associaties en expressieve emoties.

Groninger Museum, foto: Ralph Richter. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Groninger Museum, foto: Ralph Richter. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Coop Himmelb(l)au paviljoen, foto: Marten de Leeuw. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Coop Himmelb(l)au paviljoen, foto: Marten de Leeuw. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)

Veel details, vormen en kleuren aan de buitenkant van het gebouw verwijzen direct of indirect naar de binnenkant. De rode bakstenen van het De Lucchi paviljoen sluiten aan bij de bouwgeschiedenis van Groningen, zoals die zichtbaar is in de villa’s aan de singel en het hoofdstation. Op het Starckpaviljoen zijn decoratieve vazen aangebracht, die de oosterse keramiek symboliseren. De entree is omlijst door mozaïek, als een schilderij. Op het midden van de piazza, recht voor de ingang, staat een sculptuur in de vorm van het museumgebouw, waarbij het Starckpaviljoen door middel van een smiley tot hoofd is gemaakt. Deze sculptuur, een ontwerp van Giorgio Gregori van Atelier Mendini en aangekocht met steun van de Vereniging van Vrienden van het Groninger Museum, heeft beneden een zitbank, en door de aanduidingen van de verschillende paviljoens is het tevens een wegwijzer. Zij belichaamt de visie van Mendini dat er geen hiërarchisch onderscheid bestaat tussen architectuur en beeldhouwkunst.

Coop Himmelb(l)au paviljoen, foto: Marten de Leeuw. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Coop Himmelb(l)au paviljoen, foto: Marten de Leeuw. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)

De binnenkant van het museumgebouw sluit aan bij de vormen, kleuren en decoraties van de buitenkant. Het plafond in de entreehal heeft een speciaal hiervoor ontworpen kunstwerk van François Morellet, getiteld Mouettes, seins et fesses (1994, afbeelding links). Het bestaat uit rode neonbuizen met gebogen vormen, die afwisselend aan en uit gaan in een interfererend patroon. De wenteltrap is de toegang tot de museumzalen, maar vormt op zichzelf ook een kunstwerk. De mozaïeksteentjes, aangebracht door Italiaanse vakmensen, verwijzen naar de Byzantijnse mozaïeken in het mausoleum van Galla Placidia in Ravenna, en de vorm van de trap naar Moorse spiraaltrappen.
Centraal staat een zuil met een groot Swarovski kristal, waarin de kleuren van de steentjes en het neonkunstwerk weerspiegeld worden. Tussen het centrale deel en de tentoonstellingspaviljoens bevinden zich ovale ruimtes die buiten de piazza’s vormen. De halfronde ramen in de gangen doen denken aan  kloostergangen; hun lichtblauwe kleur verwijst naar het water en de lucht buiten.

De trap in het Groninger Museum, foto: Marten de Leeuw. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger museum)
De trap in het Groninger Museum, foto: Marten de Leeuw. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger museum)

Het paviljoen van De Lucchi, oorspronkelijk gevuld met diverse kleine paviljoentjes over de geschiedenis, is na 1998 heringericht met zalen gewijd aan de Groningse kunstenaarsvereniging De Ploeg en het Noord-Europees expressionisme. Ze zijn afwisselend geschilderd in primaire kleuren, waarvan de intensiteit nog eens versterkt wordt door de toepassing van gekleurd licht.

Het Starck paviljoen, foto: Marten de Leeuw. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Het Starck paviljoen, foto: Marten de Leeuw. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)

Het Starck-paviljoen, bestemd voor keramiek, kan beschouwd worden als een kom op een pottenbakkerswiel. Een cilindervormige vitrine loopt helermaal rondom, terwijl de binnenruimte door slingerende vitrages tot een sprookjesachtig labyrint wordt gemaakt. Grote barsten op de betonnen vloer en wanden verwijzen naar craquelé in aardewerk. Een aantal vitrines zijn gebaseerd op ijsblokjes, volgens de ontwerper een ideale manier van conserveren. In de vloer is een aquarium aangebracht, gevuld met porselein afkomstig van het gezonken VOC schip De Geldermalsen. Voor dergelijke grapjes en technische oplossingen werd Starck geassisteerd door de Groningse ontwerper Albert Geertjes.

Het paviljoen van Coop Himmelb(l)au aan de zijde van het centraal station, foto: Ralph Richter. (De foto is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Het paviljoen van Coop Himmelb(l)au aan de zijde van het centraal station, foto: Ralph Richter. (De foto is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)

De Mendini-paviljoens bestaan uit een grote rechthoekige
zaal in het midden, omgeven door kleinere zalen met door-
gangen op één rij; een klassiek museumtype. De wanden en
(deels) vloeren zijn beschilderd met kleuren uit een speciaal kleurpalet dat Peter Struycken ontwierp voor het museum.Het paviljoen van Coop Himmelb(l)au (architecten Wolf Prix en Helmut Swiczinsky) bevat drie grote binnenruimtes, opgebouwd uit staalplaten en glas. Dwars door deze ruimtes voert een loopbrug. Het ontwerp is ontstaan vanuit een surrealistische techniek (automatisch tekenen), vertaald in driedimensionale maquettes en uiteindelijk gebouwd op een scheepswerf. Op enkele wanden zijn sterk uitvergrote details van de oorspronkelijke tekening aangebracht. In 2010 zijn tot slot drie nieuwe inrichtingen aan het Groninger Museum toegevoegd: het informatiecentrum met witmarmeren vloer, minitheater en veellobbige tafel door Jaime Hayon; de ontvangstruimte door Studio Job en het museumcafé-restaurant door Maarten Baas.